Gemeentelijk Blauw

Gemeentelijk Blauw
Gepubliceerd in in de categorie Politiekunde

Het dagelijks werk van gemeentelijke handhavers in beeld (2013). E. Bervoets (LokaleZaken, Rotterdam). Politiekunde 61

Jeugdgroepen van toen

Jeugdgroepen van toen
Gepubliceerd in in de categorie Politiekunde

Een casusonderzoek naar de leden van drie criminele jeugdgroepen uit het einde van de vorige eeuw (2013). H. Ferwerda, B. Beke en E. Bervoets (Bureau Beke Arnhem / Beke Advies, Arnhem / LokaleZaken, Rotterdam). Politiekunde 59

Inzet op Maat.

Inzet op Maat.
Gepubliceerd in in de categorie Politiekunde

Onderzoek naar kenmerken en mogelijkheden van duurzame inzetbaarheid van oudere medewerkers (2013). H. de Blouw, I.R. Kolkhuis Tanke en C.C. Sprenger (Politieacademie, Apeldoorn). Politiekunde 56

Heterdaadkracht in twee Haagse pilotgebieden

Heterdaadkracht in twee Haagse pilotgebieden
Gepubliceerd in in de categorie Politiekunde

Samenvatting
De politie streeft naar meer heterdaad aanhoudingen met hulp van burgers (heterdaadkracht). Een goede voorbereiding blijkt het halve werk, zo leren de onderzochte projecten. Voor de Leyweg heeft de politie van meet af aan samenwerking met de gemeente gezocht, niet in de laatste plaats om er voor te zorgen dat winkeliers en vastgoedeigenaren in het gebied ook concrete toezeggingen deden over hun bijdrage aan het project. Pas toen dit na intensief overleg, waarin de politie afwisselend de rol van dominee en strenge schoolmeester vertolkte, was vastgelegd, heeft burgemeester Van Aartsen het officiële startsein gegeven. 
In de Schilderswijk Oost daarentegen is een plan gemaakt waar andere organisaties weinig tot geen inbreng bij hebben gehad. Daarbij past de kanttekening dat een gezamenlijke aanpak van politie en gemeente ook veel lastiger te realiseren was. Mede ten gevolge van het predicaat krachtwijk houden verschillende organisaties (politie, gemeente woningbouwvereniging, Stichting Boog) zich bezig met bewonersparticipatie. Elke organisatie met zijn eigen projecten, middelen en specifieke invalshoeken. Een gecoördineerd programma van samenhangende maatregelen zou ongetwijfeld efficiënter en effectiever zijn.
Een tweede belangrijke factor is dat in het geval van de Leyweg een wijkagent van start tot eind het project heeft geleid. In de Schilderswijk daarentegen leidde het vertrek van de aanvankelijke projectleider tot verwatering van het project. 
Een derde factor betreft het omgaan met negatieve beeldvorming tussen ondernemers en politie. Winkeliers vinden vaak dat de politie niet snel genoeg ter plaatse is als een winkelier bijvoorbeeld een winkeldief heeft gepakt. Politie vindt juist dat winkeliers te veel besparen op het goed beveiligen van hun winkels. Voor zover er in het winkelgebied Leyweg sprake was van negatieve beeldvorming is die echter goed overwonnen. Daarbij is van belang geweest dat de politie snel ter plaatse was wanneer dat voor winkeliers nodig was. In de Schilderwijk-oost is er voor wat betreft het doorbreken van negatieve beeldvorming nog veel werk aan de winkel. In de communicatie met bewoners zal meer aandacht moeten zijn voor de negatieve beeldvorming over de politie en de gebeurtenissen en incidenten die daaraan bijdrag
De pilots hebben duidelijk gemaakt dat heterdaadkracht geen doel op zich is. De belangen van betrokkenen liggen niet primair bij het aanhouden van daders maar bij het vergroten van de veiligheid in het gebied. Aangezien het vangen van boeven tot de kerntaken van de politie gerekend wordt, is een heterdaad aanpak niets meer en niets minder dan een onderdeel van het reguliere politiewerk. De meerwaarde van het bij de politie veel gebruikte concept Heterdaadkracht ligt dan ook vooral besloten in aandacht voor de rol die burgers kunnen hebben bij het op heterdaad aanhouden van daders. En daarmee dient zich een veel bredere uitdaging voor de Nationale Politie aan: hoe gaan we er voor zorgen dat oog hebben voor een goede relatie met burgers een centraal onderdeel vormt in het korpsbeleid en de wijze waarop politiemensen bij hun werk burgers tegemoet treden.

De terugkeer van zedendelinquenten in de wijk

De terugkeer van zedendelinquenten in de wijk
Gepubliceerd in in de categorie Politiekunde

Samenvatting
De terugkeer van een zedendelinquent veroorzaakt vaak grote onrust. In de wijk en niet in het minst ook bij het slachtoffer. Littekens worden opengereten en heftige emoties spelen op. Men wil hem niet terug, ondanks dat hij zijn straf heeft ondergaan. De burgemeester wordt, als verantwoordelijke voor de handhaving van de openbare orde, in sommige vallen onder grote druk gezet: voorkom dat deze man zich weer in de wijk kan vestigen.
De burgemeester denkt vaak dat hem de bevoegdheid ontbreekt om herhuisvesting te voorkomen. Het enige wat hij denkt te kunnen doen, is het gesprek aangaan met de zedendelinquent in de hoop hem ertoe te bewegen om te verhuizen. Weigert de zedendelinquent dit, dan rest de burgemeester niets anders dan de inzet van extra politie, zo meent hij.
Het accent in het onderzoek ligt op de vraag of een burgemeester een collectieve vordering op grond van artikel 3:305b Burgerlijk Wetboek (BW) kan instellen namens een gemeente en ter behartiging van de belangen van wijkbewoners. In dat kader wordt onderzocht of de burgemeester met succes de burgerlijke rechter kan verzoeken om de ex-zedendelinquent te verbieden zijn woonrecht of recht op vrije vestiging in de wijk waarin ook het slachtoffer woont uit te oefenen. Ook wordt onderzocht of de burgemeester met succes aan de rechter kan vragen om de ex-zedendelinquent passende maatregelen op te leggen, zoals bijvoorbeeld een verhuisgebod. Vervolgens wordt ingegaan op welke individuele maatregel of combinatie van maatregelen effectief is. 
Het onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen toont aan dat er meer opties bestaan dan men vaak denkt. Hoewel blijkt dat de burgemeester niet over een expliciete bevoegdheid beschikt om zelf ex-zedendelinquenten uit de wijk te weren, beschikt hij wel over de bevoegdheid om als civiele belangenbehartiger op te treden. De burgemeester trekt zich dan de belangen aan van de bewoners van de wijk waarin de ex-zedendelinquent terugkeert en waarin ook het slachtoffer woont en vraagt de rechter namens hen om passende maatregelen op te leggen aan de ex-zedendelinquent. 
De juridische opening die het onderzoek daarmee biedt kan zeer relevant zijn voor burgemeesters, rechters en andere betrokkenen die te maken krijgen met de terugkeer van zedendelinquenten naar een wijk.

Sociale media: factor van invloed op onrustsituaties?

Sociale media: factor van invloed op onrustsituaties?
Gepubliceerd in in de categorie Politiekunde

Samenvatting
In opdracht van Politie & Wetenschap heeft VDMMP onderzoek gedaan naar de invloed van sociale media op situaties van maatschappelijke onrust. In dit rapport wordt in diverse casestudies onderzocht welke rol sociale media spelen bij de ontwikkeling van incidenten en hoe maatschappelijke onrust daarbij ontstaat en wordt beïnvloed. De vraag is wat dit betekent voor de politie. Welke keuzes spelen een rol bij het bepalen van de communicatiestrategie van de politie in crisissituaties? Wat is de rol van sociale media hierbinnen en welke effecten hiervan kunnen we waarnemen?
Een belangrijke conclusie is dat sociale media tijdens crisissituaties voor de politie zowel kansen als bedreigingen bieden. Een blijvend actieve houding van de politie op sociale media is noodzakelijk: niet aanwezig zijn betekent per definitie een stap te laat zijn.

De wereld van sociale media ontwikkelt zich sneller dan op papier is te beschrijven. Toch hopen de onderzoekers herkenning, verwondering en leermomenten mee te kunnen geven aan de lezers van dit rapport en bij te dragen aan de professionaliseringsslag die door de politie reeds is ingezet rond het gebruik van sociale media.