Verbale leugendetectie-wizards

Verbale leugendetectie-wizards
Gepubliceerd in in de categorie Politiekunde

Samenvatting
Politiemensen met correcte opvattingen over inhoudelijke leugensignalen blijken beter in het ontmaskeren van leugenaars. Onderzoekers van Universiteit Maastricht onderzochten welke opvattingen politiemensen hebben over leugensignalen en hoe deze opvattingen van invloed zijn op het herkennen van leugenaars. Als politiemensen gericht gevraagd werd naar hun opvattingen over inhoudelijke signalen – bijvoorbeeld de hoeveelheid details in een verklaring - dan bleek dat deze opvattingen redelijk aansluiten bij de wetenschappelijke literatuur, en dat politiemensen die meer juiste opvattingen over deze signalen hadden ook daadwerkelijk beter waren in het ontmaskeren van leugenaars.

Eerder onderzoek laat zien dat mensen vaak verkeerde opvattingen hebben over welke signalen met liegen samenhangen. Zo baseren mensen zich onterecht vooral op non-verbale signalen. Inhoudelijk kenmerken van een verklaring, die juist beter aangeven of iemand liegt,  worden veelal genegeerd.
In de huidige studie stonden drie onderzoeksvragen centraal: welke opvattingen hebben Nederlandse politiebeambten over leugendetectie-signalen, hoe goed kunnen zij inhoudelijke leugendetectie-signalen inschatten, en zijn beambten die inhoudelijke signalen goed inschatten ook beter in het ontmaskeren van leugenaars?

Op de vraag wat goede signalen zijn voor het detecteren van leugens, rapporteerden politiebeambten 319 non-verbale en 72 inhoudelijke signalen. Wegkijken was het meest genoemde (non-verbale) signaal. Politiemensen vertrouwen onterecht, net als andere mensen, te veel op non-verbale leugensignalen.
Politiemensen werden vervolgens bevraagd over hun opvattingen over 17 specifieke inhoudelijke signalen. Verbale, inhoudelijke signalen van een leugen werden door hen overwegend wel correct ingeschat.
Dat dit ook in de praktijk werkte bleek in een test waarin politiebeambten werd gevraagd om vier ware en vier gelogen verklaringen te beoordelen. Zij kregen deze verklaringen of als video aangeboden, of als transcriptie (schrift). Politiemensen met correcte opvattingen over verbale signalen bleken beter onderscheid te kunnen maken tussen ware en gelogen verklaringen, onafhankelijk van of deze als video of transcript werden aangeboden.

Dit onderzoek laat zien dat politiebeambten hun leugenoordeel vooral zeggen te baseren op non-verbale signalen, ondanks het feit dat uit empirisch onderzoek steeds weer blijkt dat deze signalen niet tot weinig bruikbaar zijn. Wordt hen echter specifiek gevraagd naar inhoudelijke signalen dan kunnen ze deze wel degelijk juist inschatten en gebruiken om  beter te presteren op een leugendetectie-taak. De politie zou er goed aan doen aandacht aan deze materie te besteden in de opleiding en bijscholing van rechercheurs. Deze opleiding/bijscholing zou zich dan specifiek moeten richten op 1) het wegnemen van de incorrecte, stereotiepe opvattingen over signalen geassocieerd met leugens en 2) het informeren van rechercheurs over welke signalen wel bruikbaar zijn.

De aangifte van delicten bij de multichannelstrategie van de politie

De aangifte van delicten bij de multichannelstrategie van de politie
Gepubliceerd in in de categorie Politiekunde

Samenvatting
Het aandeel aangiften via internet ligt momenteel op bijna 40 procent. Het betreft met name de relatief lichte delicten. De politie stimuleert deze digitalisering van de aangiften uit efficiencyoverwegingen. Met name laagopgeleiden, allochtone burgers en ook ouderen hebben echter een voorkeur voor persoonlijk contact met de politie bij het doen van aangifte. Bij slachtofferschap van een delict met een sterke emotionele impact is het aandeel burgers met een voorkeur voor persoonlijk contact nog groter. Dit blijkt uit een onderzoek van BBSO en de Radboud Universiteit. Burgers moeten dus voldoende alternatieven voor internetaangifte worden geboden, juist ook als er meer politiebureaus sluiten.
 
Voor het stimuleren van de aangiftebereidheid en het vereenvoudigen van het aangifteproces, is bij de politie de zogenaamde ‘multichannelstrategie’ ontwikkeld. In deze aanpak, die vanaf 2012 fasegewijs is geïmplementeerd,  worden aan de burger verschillende kanalen aangeboden om - naar gelang het delict-  aangifte te doen. Die kanalen zijn internet, telefonie, op het politiebureau of op locatie van het slachtoffer van een delict. De aanpak vloeit voort uit één van de prioriteiten van de nationale politie om de dienstverlening aan de burger te verbeteren en tot één dienstverleningsconcept te komen. In dit onderzoek is gekeken hoe burgers de diverse kanalen bij de aangifte beoordelen en welke ervaringen de politie zelf heeft met deze aangiftevoorzieningen. Daarvoor is een grootschalige enquête afgenomen onder burgers in tien gemeenten en zijn diepte-interviews gehouden met betrokken politiefunctionarissen.

De politie hanteert in de kanalisering van de aangiftestroom een benadering waarbij de burger het aangiftekanaal zelf kan kiezen, maar waarbij de politie dit proces ook ‘regisseert’. In deze aanpak worden aangiften van relatief lichte delicten zoveel mogelijk via internet of telefoon opgenomen.

De studie wijst uit dat 40% van de burgers tevreden is met de behandeling door de politie van hun melding of aangifte van een strafbaar feit. Hoewel het gebruiksgemak van de internetaangifte in principe wordt gewaardeerd bij lichte delicten, geeft de behandeling van de aangifte via het digitale kanaal toch de grootste ontevredenheid. Vooral lager opgeleiden, allochtone Nederlanders en ouderen hebben een grote voorkeur voor persoonlijk contact en een te grote sturing richting internetaangifte kan van invloed zijn op hun aangiftebereidheid. Bovendien plaatsen de onderzoekers vraagtekens bij een al te grote verwachting over de efficiency van digitale aangiften. Politiemensen geven aan dat digitale aangiften regelmatig ertoe leiden dat er later door de politie alsnog extra opsporingsinformatie moet worden verzameld. Daarmee zou de  tijdswinst beperkt zijn.

De onderzoekers adviseren te investeren in extra aangiftemogelijkheden waarin wel persoonlijk contact mogelijk is. Zo kan de politie investeren in innovatieve voorzieningen, zoals een voertuiggerelateerde werkplek voor de agent. Ook kan de politie de mogelijkheden van het mobiel werken op een smartphone verder uitbouwen. Daarnaast blijft het belangrijk om de terugkoppeling van informatie aan de aangever te verbeteren.