Sociale media: factor van invloed op onrustsituaties?

Sociale media: factor van invloed op onrustsituaties?
Gepubliceerd in in de categorie Politiekunde

Samenvatting
In opdracht van Politie & Wetenschap heeft VDMMP onderzoek gedaan naar de invloed van sociale media op situaties van maatschappelijke onrust. In dit rapport wordt in diverse casestudies onderzocht welke rol sociale media spelen bij de ontwikkeling van incidenten en hoe maatschappelijke onrust daarbij ontstaat en wordt beïnvloed. De vraag is wat dit betekent voor de politie. Welke keuzes spelen een rol bij het bepalen van de communicatiestrategie van de politie in crisissituaties? Wat is de rol van sociale media hierbinnen en welke effecten hiervan kunnen we waarnemen?
Een belangrijke conclusie is dat sociale media tijdens crisissituaties voor de politie zowel kansen als bedreigingen bieden. Een blijvend actieve houding van de politie op sociale media is noodzakelijk: niet aanwezig zijn betekent per definitie een stap te laat zijn.

De wereld van sociale media ontwikkelt zich sneller dan op papier is te beschrijven. Toch hopen de onderzoekers herkenning, verwondering en leermomenten mee te kunnen geven aan de lezers van dit rapport en bij te dragen aan de professionaliseringsslag die door de politie reeds is ingezet rond het gebruik van sociale media.

Van wie is de straat?

Van wie is de straat?
Gepubliceerd in in de categorie Politiekunde

Methodiek en lessen voor de politie om ongrijpbare veiligheidsfenomenen grijpbaar te maken – op basis van vijf praktijkcasus (2013). H. Ferwerda, T. van Ham en B. Bremmers (Bureau Beke, Arnhem). Politiekunde 49

Seriebrandstichters

Seriebrandstichters
Gepubliceerd in in de categorie Politiekunde

Een verkennend onderzoek naar daderkenmerken en delictpatronen (2012). Y. Schoenmakers, A. van Wijk en T. van Ham (Bureau Beke, Arnhem). Politiekunde 48

M.-waarde

M.-waarde
Gepubliceerd in in de categorie Politiekunde

Een onderzoek naar de bijdrage van Meld Misdaad Anoniem aan de politionele opsporing (2012). M.C. van Kuik, S. Boes, N. Kop en M. den Hengst-Bruggeling (Politieacademie, Apeldoorn i.s.m. Bureau Beke, Arnhem). Politiekunde 47

Tunnelvisie op tunnelvisie?

Tunnelvisie op tunnelvisie?
Gepubliceerd in in de categorie Politiekunde

Een verkennend en experimenteel onderzoek naar de besluitvorming door VKL-teams met betrekking tot het onderkennen van tunnelvisie en andere procesaspecten (2012). I. Helsloot, J. Groenendaal en B. van 't Padje, (Crisislab, Renswoude). Politiekunde 46

Politie in de netwerksamenleving

Politie in de netwerksamenleving
Gepubliceerd in in de categorie Politiekunde

De opbrengst van de netwerkfunctie voor de kerntaken opsporing en handhaving openbare orde en de sturing hierop in de gebiedsgebonden politiezorg (2012). I. Helsloot, J. Groenendaal en E.C. Warners (Crisislab, Renswoude). Politiekunde 44

De organisatie van de opsporing van cybercrime door de Nederlandse politie

De organisatie van de opsporing van cybercrime door de Nederlandse politie
Gepubliceerd in in de categorie Politiekunde

Samenvatting
Onderzoeksbureau Pro Facto en het Centrum voor Recht&ICT van de Rijksuniversiteit Groningen hebben onderzoek gedaan naar de huidige en gewenste organisatie van de opsporing van cybercrime. Het gebruik en daarmee de invloed van het internet op de samenleving neemt sterk toe. Ook criminaliteit via het internet komt steeds meer voor. Dit onderzoek focust op de opsporing van cybercrime in ruime zin door de politie. In veel van de zaken waarbij de recherche opsporingsactiviteiten verricht, is sprake van een ICT-aspect. Bij vrijwel elke zaak wordt de computer en de telefoon van een verdachte onderzocht op aanwijzingen. 
De opsporing van cybercrime door de Nederlandse politie is voor een belangrijk gedeelte decentraal georganiseerd, in regionale of bovenregionale teams. Op landelijk niveau bevinden zich bij de Dienst Nationale Recherche van het KLPD twee teams die zich daarmee bezighouden. Volgens de onderzoekers levert de organisatie en invulling van de opsporing van cybercrime een aantal knelpunten op. Het gaat dan bijvoorbeeld om de aansturing, de prioriteitstelling, de ondersteuning, de bezetting van teams en de ontwikkeling van kennis over cybercrime. 
De onderzoekers doen daarom aanbevelingen voor de organisatie van de opsporing van cybercrime en dan met name de benodigde specialistische kennis op verschillende niveaus van de opsporing. Zo wordt een aantal taken verder gedecentraliseerd naar de tactische en operationele afdelingen. Dit zijn bijvoorbeeld de beslissingsbevoegdheden over de prioritering van de op te sporen zaken en over de daarvoor vereiste kennis van andere afdelingen. Andere taken dienen echter gecentraliseerd te worden, zoals specialistische technische kennis en onderwijs en onderzoek. Specialistische kennis op het gebied van cybercrime zou geconcentreerd moeten worden in één enkele landelijke afdeling, die zowel nationale als regionale rechercheurs ondersteunt. De vorming van de Nationale Politie vormt een uitgelezen mogelijkheid om deze tekortkomingen weg te nemen.