Uitgangspunten voor politieoptreden in agressie- en geweldsituaties

Uitgangspunten voor politieoptreden in agressie- en geweldsituaties
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Samenvatting
Deze afsluitende studie uit het ‘mini-programma Omgaan met geweld’ onderzoekt hoe politiemensen omgaan met agressieve of gewelddadige personen, toegespitst op het surveilleren in horecagebieden, verkeerstoezicht, interveniëren in relatietwisten en het optreden tegen verwarde personen. Voor het onderzoek is gekeken naar 2085 agressie- of gewelddossiers uit het HKS aangiftebestand van alle 25 regiokorpsen. Gezocht is naar specifieke voorbeelden waaruit kan blijken hoe politiemensen omgegaan zijn met (dreigende) agressie of geweld. Aan de hand van verschillende praktijk casus wordt belicht hoe de interactie met burgers in dit soort situaties verloopt en welke mogelijkheden politiemensen hebben om geweldstoepassingen te voorkomen of beperken. 
Het blijkt dat politiemensen beschikken over een gevarieerd gedragsarsenaal. Van sussend optreden, pappen en nathouden of tijdrekken tot direct ingrijpen, spoedassistentie inroepen en het uitvechten. . In uitgaans- en ook bekeuringsituaties (in het verkeer) komt het vooral aan op sociale vaardigheden, in aanhoudingsituaties op fysiek vaardigheden (aanhoudings-technieken). Bij relatietwisten tellen tact en geduld en verwarde agressieve personen moeten omzichtig benaderd worden.
Toch zijn de mogelijkheden van politiemensen om effectief de-escalerend op te treden beperkt. Bij ongeveer driekwart van de geweldsincidenten zijn ‘oude bekenden ’van de politie betrokken die vaak niet of nauwelijks aanspreekbaar zijn. 
De studie laat zien dat de kunst van het politievak niet alleen is gelegen in het klein houden van kleine zaken en het kiezen van het juiste moment van aanhouding maar ook in het niet wijken voor intimidatie en het durven toepassen van geweld. Politiemensen moeten daarom tegen een stootje kunnen.
Uitgangspunten voor politieoptreden in agressie- en geweldsituaties is een aanrader voor korpsbeheerders, burgemeesters, officieren van justitie, politiechefs, IBT-docenten, beleidsambtenaren, executieve politiemensen en iedereen die geïnteresseerd is in de actuele problematiek van agressie en geweld in de relatie politie-publiek.

Belediging en bedreiging van politiemensen

Belediging en bedreiging van politiemensen
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Samenvatting

In de studie wordt ingezoomd op de verbale agressie waarmee politiemensen veelvuldig worden geconfronteerd: belediging en bedreiging. Meer in detail wordt belicht wie de beledigers en bedreigers zijn en waarvan zij zich zoal bedienen. Dat varieert van belediging met de opgestoken middelvinger, spugen en seksistische uitlatingen, tot bedreiging met mishandeling, verkrachting of de dood.

In detail wordt belicht wie de beledigers en bedreigers zijn en waarvan zij zich zoal bedienen. Dat varieert van belediging met de opgestoken middelvinger, spugen en seksistische uitlatingen, tot bedreiging met mishandeling, verkrachting of de dood. Wat daarbij opvalt is niet alleen dat het in 80% van de gevallen om ‘oude bekenden’ van de politie (veel en meerplegers) gaat, maar ook dat uitingen van verbale agressie vaker tegen de persoon zijn gericht dan het uniform. Dat heeft volgens de auteur ook consequenties voor de strafbaarheidstelling.

Net als vorige publicaties wordt ook deze gelardeerd met tal van aansprekende praktijkcasus. De studie wordt afgesloten met een aantal aanbevelingen.

Verkeershandhaving: prestaties leveren, problemen aanpakken

Verkeershandhaving: prestaties leveren, problemen aanpakken
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Samenvatting
Verkeershandhavingteams functioneren onder formeel gezag van de landelijk Verkeersofficier van Justitie maar functioneel valt hun inzet onder de verantwoordelijkheid van de regiopolitiekorpsen. Ze worden bemenst door bijzondere politieambtenaren en richten zich op het terugdringen van een vijftal verkeersgevaarlijke overtredingen:

rijden door rood licht, rijden onder invloed, overtreding snelheidslimieten, niet-dragen van helm of gordel. Hun inzet is niet ongemerkt voorbijgegaan. Weinig verkeersdeelnemers zijn onbekend met de flitspalen, de opsporing van ernstige overtreders met videowagens en de acceptgirokaarten van het CJIB.

Uit het onderzoek blijkt dat de teams in meer dan een opzicht succesvol zijn. Zij zorgen voor een grotere handhavingsdruk, die bij het publiek niet onopgemerkt blijft en in grote lijnen ook wordt gewaardeerd. Aannemelijk is dat ze de naleving van de verkeersregels verbeteren en dat dit ook de verkeersveiligheid ten goede komt.

Daar staat tegenover dat met een betere informatievoorziening de teams effectiever kunnen worden ingezet en dat, in tegenstelling tot wat werd beoogd, met hun komst de aandacht voor de meeste delicten door agenten en teams in de basispolitiezorg, is afgenomen. Structurele samenwerking tussen de teams en de reguliere politie komt maar moeizaam tot stand. De lage waardering voor het verkeerswerk in de politie, het beperkte mandaat van de VHT’s, strijd om het eigendom van de processen-verbaal, uiteenlopende stijlen van optreden en verschillen in de werkprocessen leiden tot fricties.

Het rapport wordt afgesloten met de aanbeveling om de teams een tweeledige structuur te geven: een prestatiegericht deel dat zich richt op snelheidsovertreders buiten de bebouwde kom en een probleemgericht deel dat tegen roodlichtnegatie, drankgebruik en het niet-dragen van helmen optreedt.

Symbolen van orde en wanorde

Symbolen van orde en wanorde
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Broken windows policing en de bestrijding van overlast en buurtverval (2008). B. van Stokkum (Radboud Universiteit, Nijmegen). Politiewetenschap 42

Opsporing onder druk

Opsporing onder druk
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Samenvatting
Deze bijzondere studie maakt deel uit van een breder internationaal vergelijkend onderzoek naar de politiesystemen en het functioneren in de praktijk van de politie in Nederland en Duitsland, dat is uitgevoerd door het IPIT van de Universiteit Twente in samenwerking met onder meer de politiekorpsen van de regio Utrecht en de stad Münster.

Centraal in deze studie staan de inrichting en opbrengsten van de opsporing zoals die ten tijde van het onderzoek van toepassing waren voor een district van het regiokorps en in Münster. Daarbij stonden twee vragen centraal: in hoeverre draagt de wijze van organisatie van de opsporing bij aan een beter opsporingsresultaat en welke invloed hebben eventuele verschillen in werkaanbod of caseload daarop? Het feit dat het opsporingproces in beide landen, deels op historische gronden, in elk geval op onderdelen, heel anders is ingericht maakt een vergelijking extra interessant.

De studie levert aanwijzingen op voor een efficiëntere inrichting van het opsporingproces (ten tijde van het onderzoek in de periode 2004-2006) Een ervan is gelegen in de aangifteopname die in Münster (nog steeds) in handen is van ervaren rechercheurs. Daarnaast is ook het opsporingsproces als geheel in Duitsland anders ingericht, onder meer door de consequent doorgevoerde concentratie en

(sub-)specialisatie waarbij vaste teams van rechercheurs zich bezighouden met specifieke delicten en dadergroepen.

Deze, en andere, verschillen in de inrichting van de opsporing laten zich deels verklaren door historisch gegroeide en cultuurgebonden verschillen in politiesystemen. Zo is in Duitsland het ‘legaliteitsprincipe’ van kracht, dat politie en justitie verplicht alle ter kennis genomen feiten daadwerkelijk op te pakken. Prioriteren op opportuniteitsgronden zoals in Nederland standaard praktijk is, kan in Duitsland niet. Verschillen in werkwijzen laten zich dan ook niet één op één vertalen naar Nederland. Wat niet wegneemt dat er wel lering uit kan worden getrokken.

De auteurs maken hierbij wel de kanttekening dat op een aantal aspecten de situatie zoals in het rapport beschreven en geanalyseerd, inmiddels is achterhaald. Dat geldt met name voor het Utrechtse regiokorps waar, mede naar aanleiding van de Nederlandse deelstudie, ingrijpende veranderingen zijn doorgevoerd