Criminaliteitspatronen en criminele carrières van asielzoekers

Criminaliteitspatronen en criminele carrières van asielzoekers
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Samenvatting
Naast het kwantitatieve onderzoek naar de drie categorieën asielmigranten, is een kwalitatief onderzoek uitgevoerd naar criminaliteitspatronen en criminele carrières van asielzoekers. In totaal zijn 105 casus onder de loep genomen. De gevonden criminaliteitspatronen zijn voor een deel te verklaren uit persoongebonden factoren zoals onverwerkte trauma’s. Psychische problemen van asielzoekers treden vaak op in wisselwerking met institutionele factoren zoals de duur en het verloop van de toelatingsprocedure en de leefbaarheid en veiligheid van het asielzoekerscentrum en het toezicht dat op asielzoekers wordt uitgeoefend.

Asielzoekerscentra kunnen gelegenheid bieden tot het afzetten van illegale goederen en diensten op meer georganiseerde wijze. Bovendien kan verblijf op een asielzoekerscentrum ook als dekmantel dienen voor criminele activiteiten. Gebleken is echter dat asielzoekers die betrokken zijn bij zware en/of georganiseerde criminaliteit meestal niet (meer) op een asielzoekerscentrum verblijven en vaak samenwerken met landgenoten of personen met dezelfde etnische of culturele achtergrond die deel uitmaken van criminele groepen of netwerken. Het gaat hierbij vaak om ex-asielzoekers waarvan een deel zich als vergunninghouder heeft gevestigd. Een ander deel heeft al een ongewenstverklaring gekregen maar is nog in afwachting van de uitslag van een bezwaarprocedure of kan niet worden uitgezet omdat terugsturen naar het land van herkomst niet verantwoord is.

Bij asielzoekers die bij vormen van georganiseerde criminaliteit betrokken zijn geraakt, lijkt soms sprake van ‘criminele emigratie’. Het verblijf in Nederland wordt dan als tijdelijk beschouwd en als een investering in de toekomst in het land van herkomst. In dergelijke gevallen wordt het criminaliteitspatroon verklaard door de wisselwerking tussen enerzijds de mogelijkheden van de asielprocedure en de centrale opvang en anderzijds de bestaande illegale gelegenheidsstructuren die asielzoekers in staat stellen om betrokken te raken bij vormen van georganiseerde criminaliteit. 

Asielmigratie en criminaliteit

Asielmigratie en criminaliteit
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Samenvatting
Van de totale Nederlandse bevolking van 12 jaar en ouder wordt in 2004 anderhalf procent verdacht van een misdrijf. Asielmigranten met een verblijfsvergunning (3,4% verdacht) en in procedure (5,4% verdacht) worden aanzienlijk vaker verdacht van criminele activiteiten dan de gemiddelde Nederlander, maar zijn gemiddeld minder vaak verdacht van criminaliteit dan veel (traditionele) allochtone herkomstgroepen, zoals bijvoorbeeld Antillianen (7,5%), Marokkanen (6,1%), en Surinamers (5,0%). De criminaliteitsgraad van onrechtmatig verblijvende asielmigranten is met, naar schatting, 10 procent hoger dan bij veel allochtone herkomstgroepen (zie tabel 1). 
Verder wordt vastgesteld dat criminaliteitspatronen onder asielmigranten overeenkomen met die onder de reguliere bevolking: mannen, jongeren en alleenstaanden komen veel vaker in aanraking met de politie dan vrouwen, ouderen en gehuwden/samenwonenden. Ook scoren etnische herkomstgroepen die hoog scoren onder de reguliere bevolking, ook hoog scoren bij asielmigranten (Noord-Afrikanen en Oost-Europeanen).

Asiel en criminaliteit

Asiel en criminaliteit
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Samenvattende beschouwing en enkele beleid suggesties (2006). G. Engbersen en W. de Haan (RISBO, Erasmus Universiteit, Rotterdam / Rijksuniversiteit Groningen). Politiewetenschap 36

Naar beginselen van behoorlijke politiezorg

Naar beginselen van behoorlijke politiezorg
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Samenvatting
Het betreft een ‘naslagwerk’ voor de politiepraktijk dat twee dingen beoogt. In de eerste plaats een handzaam overzicht te bieden van (rechts)beginselen waaraan het daadwerkelijk (niet) handelen van politiemensen , en eventuele klachten daarover, worden getoetst. Daartoe wordt teruggegrepen op twee bronnen: uitspraken van de Nationale Ombudsman en van de Klachtencommissie van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland in antwoord op klachten van burgers of instanties. De gedachte daarachter is dat die uitspraken een toetsingskader vormen voor wat onder ‘behoorlijk’ optreden van de politie mag worden verstaan en waarop burgers dan ook aanspraak mogen maken. Dat gaat verder dan formele gedragsvoorschriften en wettelijke regelgeving t.a.v. bevoegdheden e.d. 
Het feit dat het hierbij gaat om tamelijk abstracte beginselen, noopt tot een vertaling ervan in voor de politiepraktijk bruikbare handelingsrichtlijnen. Dat is dan ook de tweede doelstelling van de studie. De bruikbaarheid voor de praktijk wordt bevorderd doordat bij de presentatie en beschrijving van beginselen en daaruit afgeleide handelingsrichtlijnen is gekozen voor een thematische opzet met concrete, zeer herkenbare, praktijkcasus als uitgangspunt. De casus zijn weer verdeeld en geordend naar de vier klassieke taakgebieden van de politie. 
Het boek is dan ook ‘verplichte stof’ voor alle (adspirant)agenten en hun chefs en bevat tevens interessant referentiemateriaal voor (andere) klachtencommissies.