Geografische daderprofilering

Gepubliceerd in in de categorie P&W verkenningen

Samenvatting

‘Geografische daderprofilering is een opsporingsmethodologie dat gebruik maakt van de locaties van gekoppelde delicten om het meest waarschijnlijke woongebied van de dader aan te wijzen’ . Geografische daderprofilering helpt de politie dus om een geografisch zoekgebied te bepalen waarbinnen de dader naar alle waarschijnlijkheid zal wonen. Het is een aanvullend hulpmiddel dat naast andere hulpmiddelen (zoals buurtonderzoek, plaats delictonderzoek, etc.) kan worden gebruikt om sneller en efficiënter tot een dader te komen.
Deze verkenning bevat een praktische handleiding voor de politie. Politiemensen die meer over geografische daderprofilering willen weten, kunnen erin kort en duidelijk lezen wat geografische daderprofilering precies is en wat je er in de praktijk mee kunt doen. Analisten, die de methode willen toepassen, vinden een duidelijk stappenplan. Het boekje biedt hen inzicht in de verschillende analysestappen waarmee ze op een relatief eenvoudige wijze tot een verantwoord geografisch daderprofiel kunnen komen.
In Nederland wordt geografische daderprofilering nog niet op grote schaal toegepast. Er zijn al wel enkele instanties en politiekorpsen die de methode op kleine schaal hebben ingezet om ervaring met het instrument op te doen en inzicht te krijgen in een beperkt aantal zaken. Het Korps Landelijke Politiediensten, het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving en de politiekorpsen Limburg-Zuid en Kennemerland zijn voorbeelden van instanties en korpsen die in Nederland ervaring hebben opgedaan met geografische daderprofilering.
Op dit moment loopt nog een evaluatieve studie naar ervaringen en opbrengsten in deze twee korpsen. 

Cameralessen uit Groot-Britannië

Gepubliceerd in in de categorie P&W verkenningen

Samenvatting

In Engeland zijn dertien projecten van cameratoezicht geëvalueerd. De vraag was of daaruit lessen te trekken zijn voor Nederland. Zowel wat betreft invoeringservaringen als opbrengsten en effecten.
De uitkomsten zijn even teleurstellend als veelzeggend: de meeste projecten in Engeland zijn dermate ondoordacht opgezet dat ze zich nauwelijks laten evalueren. De belangrijkste les is dan ook samen te vatten in een kort, en niet onbekend, devies: bezint eer gij begint.
Een goed overzicht van waar met cameratoezicht overal rekening mee moet worden gehouden staat in de P&W publicatie Inzoomen en uitzoomen op Zaandam (Politiekunde 11), met name het laatste hoofdstuk: State-of-the-art. 

Politiekennis in gebruik

Gepubliceerd in in de categorie P&W verkenningen

Een onderzoek naar het gebruik van het Politie Kennis Net (2006). I. Bakker, M. Gellevij, R. de Hoog, J. Kooken en M. Krommendijk (IPIT en vakgroep Instructietechnologie, Universiteit Twente). Verkenningen 22

Politievakbonden: onzichtbaar, maar niet machteloos

Gepubliceerd in in de categorie P&W verkenningen

Samenvatting

De verkenning is gericht op de - veranderende – positie en invloed van de politievakorganisaties.
Zoals ook in de verkenning wordt geconcludeerd is daar in het verleden verbazend genoeg nauwelijks onderzoek naar verricht. In het kader van de verkenning is onder meer gesproeken met voormalige en zittende vakbondfunctionarissen en politiechefs. De voornaamste conclusie en aanbeveling heeft betrekking op de wenselijkheid van toekomstgericht onderzoek naar de sterk veranderende rol en positie van de vakorganisaties bij de politie. Dat kan mede verklaard worden uit nieuwe ontwikkelingen op het gebied van inspraak en belangenbehartiging. In dat onderzoek zou ook aandacht gegeven moeten worden aan de informele invloed en machtspositie van de politievakorganisaties in verleden, heden en toekomst.

Geweld tegen homoseksuelen

Gepubliceerd in in de categorie P&W verkenningen

 

(2006).
M. van San, en J. de Boom (RISBO Contractresearch, Erasmus Universiteit Rotterdam). P&W-Verkenningen 18

Samenvatting
Belangrijkste onderdeel van de verkenning is een internet-enquête onder homoseksuelen, die via het COC zijn benaderd. Uiteindelijk hebben 776 respondenten meegewerkt. Verder zijn mondelinge interviews gehouden met een vijftiental homoseksuelen, mannen en vrouwen, en is gekeken in hoeverre de politieregistraties van aangiftes van anti-homo geweld een betrouwbaar beeld geven van de werkelijke aard en omvang.

Uit de internetenquête onder 776 Nederlandse homoseksuelen blijkt dat het grootste deel van de ondervraagden zich zelden of nooit onveilig voelt. Desondanks voelt zeventien procent zich soms en twee procent zich vaak onveilig als gevolg van hun homoseksuele geaardheid. Ongeveer veertig procent is zich de laatste jaren (enigszins) onveiliger gaan voelen vanwege zijn/haar homoseksualiteit.
Een groot deel (76 %) wijt de toegenomen onveiligheidsgevoelens (onder andere) aan hun gevoel dat bepaalde groepen hun homovijandigheid nadrukkelijker uiten. Daarnaast geeft 67 procent aan zich onveiliger te voelen (mede) door berichten in de media over vervelende incidenten die homoseksuelen zijn overkomen. Bijna eenderde is zich de laatste jaren onveiliger gaan voelen als gevolg van vervelende incidenten die hij/zij zelf (33%) of vrienden en bekenden (31%) hebben meegemaakt. Bijna eenderde is zich, om incidenten te voorkomen, anders gaan gedragen.

Pesterijen en treiterijen vinden veelal plaats op het werk of op school, waarbij (leraren op) scholen een bijzondere kwetsbare positie innemen Bij pesterijen op het werk gaat het in nagenoeg alle gevallen om (autochtone) Nederlandse daders. Uitschelden en bedreigingen en mishandelingen zijn meer verbonden met het publieke domein. Incidenten die vallen onder de noemer uitlachen/uitschelden zijn niet gerelateerd aan een specifiek tijdstip. Dergelijke incidenten komen vaak voor in het centrum van de stad en de daders zijn relatief vaak van buitenlandse afkomst. Bedreigingen zijn vaak gerelateerd aan het uitgaansleven en vinden relatief vaak 's avonds plaats. Mishandelingen vinden relatief vaak 's nachts in het centrum van de stad plaats. Bij beide relatief zware incidenten hebben de daders relatief vaak een buitenlands uiterlijk.
Wat dit betreft valt op dat naar de indruk van veel ondervraagden, het (uitgaans)klimaat voor homo's in de grote steden meer verslechterd lijkt, harder is geworden, vergeleken met kleinere gemeenten.

Hoewel geweld tegen homo's een wezenlijk probleem vormt in deze tijd wordt er door de slachtoffers slechts sporadisch aangifte gedaan. Redenen voor niet aangifte zijn onder meer gevoelens van schuld of schaamte en twijfel of de politie er veel aan kan doen. Alleen indien er sprake is van mishandeling doet een meerderheid van de respondenten (60%) aangifte. Voor zover aangifte wordt gedaan is men in het algemeen wel tevreden over de manier waarop deze door de politie wordt opgenomen; wel zou men graag beter geïnformeerd willen worden over de follow-up van de aangifte.

De auteurs pleiten voor nader onderzoek naar de houding en tolerantie van vooral jonge allochtonen jegens homoseksualiteit en daarnaast voor een betere, meer eenduidige registratie van - aangiftes en meldingen van - anti-homogeweld zodat de ontwikkeling ervan beter kan worden gevolgd en in kaart gebracht.