Politie en het verdwenen sociale kapitaal

Gepubliceerd in in de categorie P&W verkenningen

Samenvatting

Het begrip sociaal kapitaal, mede geïntroduceerd door wetenschappers als Robert Putnam, mag zich in groeiende politiek-maatschappelijke belangstelling verheugen. Deze voorstudie diende in de eerste plaats om dit wat abstracte concept nader handen en voeten te geven. Vooral om vervolgens te bezien of in de literatuur een relatie wordt gelegd tussen veranderingen in sociaal kapitaal enerzijds en zelfregulerende vermogen en risico van betrokkenheid bij criminaliteit anderzijds. Voor zover het vergroten van sociaal kapitaal al wenselijk en mogelijk (b)lijkt door overheidsinterventie rijst tevens de vraag naar de rol en inbreng van de politie hierbij.

Niet geheel onverwacht blijkt evenwel dat in de literatuur geen eenstemmigheid bestaat over wat sociaal kapitaal precies inhoudt, laat staan hoe dit gemeten dient te worden. Sommigen beschouwen bijvoorbeeld sociale controle of mate van sociaal contact als integrale onderdelen van het sociale kapitaal. Niettemin wordt de houdbaarheid onderzocht van vier hypothesen, geformuleerd als randvoorwaarden voor sociaal kapitaal: ontmoetingskansen, overeenkomsten, vertrouwen en wederkerigheid. Toetsing levert als belangrijkste resultaat op dat sociaal kapitaal vooral ‘gelinkt’ is aan vertrouwen. Bewoners van wijken zullen sociale controle uitoefenen als zij er op vertrouwen dat anderen hun daarbij zullen steunen en daarbij tevens van mening zijn dat het zin heeft. Meer vertrouwen is mogelijk ook verbonden met wederkerigheid, in de zin van over en weer iets voor elkaar (kunnen) betekenen. De politie zou daar in principe het nodige aan kunnen bijdragen, zonder de pretentie te (moeten) koesteren dat zijzelf het bindmiddel zou moeten zijn. Ze kan in een wijk een zodanig beleid voe­ren dat het vertrouwen van de bewoners terugkeert, bijvoorbeeld door duidelijke handhaving en bestrijding van overlast. Geconcludeerd wordt dat de sociale controle in een wijk zal toenemen als de voorwaarden voor het sociale kapi­taal verbeteren, en dát betreft dus met name een toename van het vertrouwen. Maar geconcludeerd wordt tevens dat sociale con­trole een ‘gedragsrepertoire’ is dat ‘geleerd moet worden’. 

Besmettelijke woninginbraken

Gepubliceerd in in de categorie P&W verkenningen

Samenvatting

Van een delict als woninginbraken is bekend dat de locaties en tijdstippen niet gelijkmatig zijn gespreid over een stad. Er zijn duidelijke patronen te ontdekken die het mogelijk maken aan te geven welke plekken (straten, woningen) en tijdstippen een verhoogd risico lopen. Dit is belangrijke informatie voor zowel gemeenten als politie. Niet elke inbraak is te voorkomen en niet elke dader op te sporen, maar studies laten wel zien dat informatiesturing d.m.v. risicoanalyse ook op dit punt positief bijdraagt aan een betere opsporing en preventie.

Een veelbelovende manier van risico-analyse is de bestudering van herhaald slachtofferschap. Uit slachtofferstudies was al bekend dat als in een woningen is ingebroken, er een grote kans bestaat op herhaling binnen een paar weken. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat ook woningen in de directe omgeving een verhoogde kans lopen. Vermoed wordt dat dit te maken heeft met de wijze van opereren van daders die zich onder meer laten leiden door kennis van woningen maar ook de inrichting van wijken en buurten (toegangswegen, achterpaden e.d.). Dat biedt politie en gemeenten mogelijk handvatten voor een betere bestrijding. De vraag is of soortgelijke patronen ook gelden voor andere ‘buurtgebonden’ delicten zoals diefstallen uit auto’s.

De kerntakendiscussie; verloop, opbrengsten en barrières

Gepubliceerd in in de categorie P&W verkenningen

Samenvatting

 In deze verkenning staat de vraag centraal wat de oriëntatie op kerntaken precies inhoudt en wat de, mogelijke, consequenties zijn voor de inzet en prioriteitstelling van de politie. Daartoe wordt enerzijds de stand van discussie beschreven in politieregio’s en bestuurlijke gremia op lokaal en regionaal niveau. Anderzijds is gekeken waar discussies concreet in uitmonden: vindt er een herijking of –schikking van taken of verantwoordelijkheden plaats, zo ja op welk terrein en met welke ervaringen en resultaten.

Het Marokkanendrama

Gepubliceerd in in de categorie P&W verkenningen

'Het Marokkanendrama, Onderzoek naar'

F.Jurgens, Uitgeverij Meulenhoff Amsterdam, 2007

Samenvatting
Hoe komt het toch dat zoveel jonge Marokkanen, met name jongens van de tweede generatie, zo vaak in aanraking komen met politie en justitie? Waarom gedragen zij zich als verongelijkte ‘prinsjes’ zonder identiteit of verantwoordelijkheidsgevoel? Die vragen bezorgen bestuurders, beleidsmakers en ‘practioners’ al jaren hoofdbrekens. Waarom net zij, waarom zo hardnekkig en waarom in zo grote getale? Is het een symptoom van dieper gelegen problemen en welke dan: multi-culturele miscommunicatie, gebrekkige integratie, structurele achterstand en discriminatie? Journaliste en filosoof Fleur Jurgens zoekt naar verklaringen en diepere achtergronden achter de voordeur van de gezinnen van deze probleemjongeren. Wat speelt zich daar af, hoe en met welke normen en waarden worden deze jongeren opgevoed, wat is de rol van de moeder en de vader, hoe staat het met de gezagsverhoudingen?. Kortom: hoe functioneren deze gezinnen?

De auteur is op zoek gegaan naar de antwoorden op deze zo voor de hand liggende vragen die evenwel nog nooit onderwerp zijn geweest van systematische studie. Ze is daarvoor in gesprek gegaan met een groot aantal sleutelpersonen: practioners, wetenschappers, behandelaars (kinder- en jeugd hulpverlening, - psychiatrie) maar ook vertegenwoordigers van de Marokkaanse gemeenschap. Zij hebben gemeen dat ze - weliswaar beperkt - zicht hebben op wat zich achter de voordeur in die gezinnen afspeelt. Door al die gefragmenteerde beelden, inzichten en ervaringen samen te brengen en te ordenen ontstaat een indringend en onontkoombaar beeld. Er blijkt inderdaad een uiterst complexe, ogenschijnlijk schier onoplosbare problematiek achter die voordeuren te schuilen. Deels doordat sprake is van een combinatie van culturele, sociaal economische en psychiatrische oorzaken. Deels doordat die een onzalig verbond zijn aangegaan met de verzorgingsstaat. Dit overheidsbeleid houdt de hulpbehoevendheid van deze gezinnen in stand.

In het laatste hoofdstuk komt de auteur tot de slotsom doorgaan op de oude weg geen perspectief biedt. Nieuw en beter perspectief vraagt om (h)erkenning van de ware aard van het probleem en het aanvaarden van de eigen verantwoordelijkheid ervoor van alle betrokkenen: de Marokkaanse prinsjes zelf, hun ouders en ook overheid en zorg- en hulpverlening.