De tevredenheid met het laatste politiecontact

Gepubliceerd in in de categorie P&W verkenningen

Samenvatting

Sinds jaren wordt de sturing en beleidsvorming van de politie gebruik gemaakt van de uitkomsten van bevolkingsonderzoeken naar onder andere de tevredenheid van burgers over het functioneren van de politie. Er bestaat echter onvoldoende inzicht in de oorzaak van die (on)tevredenheid en dus de concrete maatregelen die te nemen zijn om het oordeel te beïnvloeden. Oordelen kunnen ook beïnvloed worden door beeldvorming of verwachtingen en die kunnen per regio verschillen. Als evenwel niet duidelijk is in hoeverre de politie zelf invloed kan uitoefenen op het vertrouwen in en oordeel over de politie, dan kan de vraag gesteld worden tevredenheidscores uit bevolkingsonderzoeken wel goede indicatoren zijn van het functioneren van de politie.

In deze studie wordt onderzocht of aantoonbaar is dat korpsen die bij de Politiemonitor beter scoren op tevredenheid over de politie ook ‘meer’ of ‘ander’ beleid voeren (bijvoorbeeld in lijn met de inzichten van ‘actieve wederkerigheid’). Dat zou wijzen op enig causaal verband tussen dat beleid en de scores. Daartoe wordt literatuur bestudeerd van onderzoeken naar tevredenheid met politiecontacten en factoren die daarop van invloed zijn, worden de scores van de afgelopen jaren bekeken en wordt mede aan de hand van interviews het ontwikkelde beleid in de korpsen in kaart gebracht en mogelijke factoren die de tevredenheid kunnen bepalen.

Wat blijkt is dat de ontwikkeling van tevredenheidsscores binnen en tussen de regio’s sterk uiteenloopt en dat dit maar voor een marginaal deel terug te voeren is tot verschillen in korpsbeleid. Factoren die mogelijk een rol spelen, en die ook terugkomen in de studie ‘Actieve Wederkerigheid’, bieden weliswaar concrete aanknopingspunten voor beleid, maar het zijn er tevens zoveel dat het moeilijk blijft om ze goed te vertalen naar beleid en politieoptreden

Aan het einde van het rapport werpen de auteurs nog de vraag op of de politie als overheidsdienst met repressieve taken eigenlijk wel moet streven naar tevredenheid. Vaak wordt tenslotte sanctionerend opgetreden tegen een individu om een collectief belang te dienen. Wie zou je dan tevreden willen stellen? Ook de, op zichzelf zinnige, aanbevelingen uit ‘Actieve Wederkerigheid’ vormen geen garantie voor verbetering. Al was het maar dat ze weer kunnen leiden tot hogere verwachtingen bij de burgers.

Al met al zijn de auteurs behoorlijk sceptisch over het gebruik van deze tevredenheidscores als indicator voor de kwaliteit van de politie.

Krakers in Amsterdam anno 2009

Gepubliceerd in in de categorie P&W verkenningen

Samenvatting

In de hoogtijaren van de krakersrellen, einde jaren ’70 en begin jaren ’80, bestond er in de samenleving vrij brede steun voor de achterliggende motieven van de strijd tegen woningleegstand. Sinds die tijd is het aantal krakers enorm gedaald en lijkt ook de kraakbeweging van karakter veranderd. Van brede maatschappelijke steun is inmiddels nauwelijks nog sprake ook omdat het achterliggende probleem veel minder speelt. Er ligt nu zelfs een wetsvoorstel voor om het kraken te verbieden. Niettemin is betrekkelijk weinig bekend over de kraakbeweging van nu, hoe groot die is, en hoe divers, en waardoor die wordt gemotiveerd. Daar wil deze verkennende studie antwoord op geven. Hij beperkt zich tot de krakerscene in Amsterdam: wie maken er deel van uit, wat is het aandeel van buitenlanders en hoe zit het met geweldgebruik. De huidige scene is in kaart gebracht met literatuuronderzoek, politiedata, participerende observaties en interviews.

Duidelijk wordt dat nauwelijks gesproken kan worden van ‘de krakers’ aangezien de groep zeer divers is. Er is een ‘oude’ kern die als vanouds sterk ideologisch is gemotiveerd, al is het actieterrein verbreed naar allerlei (vermeende) maatschappelijke misstanden. Daarnaast is er een groep die vooral uit is op goedkope woonruimte en een eveneens divers samengestelde groep van buitenlanders van uiteenlopende nationaliteit. De ‘oude kern’ is stevig genesteld in een aantal (oude)wijken en werkt volgens tamelijk gestandaardiseerde en professionele procedures en protocollen. Er is een Kraakspreekuur (KSU), er zijn draaiboeken en handleidingen om te achterhalen of een pand daadwerkelijk leegstaat en vaste procedures voor het uitvoeren van de daadwerkelijk kraak. In deze zin is sprake van een zekere graad van organisatie en professionalisering. Daarnaast zijn er ook krakers, waaronder veel buitenlanders, die op eigen houtje handelen en die zeer toepasselijk worden aangeduid als ‘wildkrakers’. Deze wildkrakers opereren los van de ‘gevestigde’ kraakbeweging en zijn er ook niet op uit om een geode band op te bouwen met buurtbewoners. Het aandeel buitenlanders laat zich moeilijk precies schatten. Toch lijkt hun aandeel relatief groot.

De onderzoekers concluderen dat kraken in Amsterdam zich meestal voltrekt zonder dat er veel ophef over gemaakt wordt en dat de kraakbeweging vergaand is ‘gepacificeerd’: geweldgebruik is sterk afgenomen en er wordt ook stelling genomen tegen onnodige vernielingen. Dat neemt niet weg dat soms (bedrijfs)panden volledig worden uitgewoond en, bij de ontruiming van wat men zelf prestige objecten vindt, gepast geweld niet wordt geschuwd. Maar in de meeste gevallen veropen ontruimingen volgens een bepaald vast ritueel waarin ook van de kant van de politie de-escalerend optreden de norm is. Hetgeen niet wegneemt dat er veel menskracht van de zijde van de politie mee is gemoeid.

Achter de schermen

Gepubliceerd in in de categorie P&W verkenningen

Een verkennend onderzoek naar downloaders van kinderporno (2009). A. van Wijk, A. Nieuwenhuis en A. Smeltink (Bureau Beke, Arnhem). Verkenningen 45

Kan het samen?

Gepubliceerd in in de categorie P&W verkenningen

Verkenning naar de mogelijkheden van operationele samenwerking tussen politie en brandweer (2009). I. Helsloot, J. Groenendaal en E. Warners (Crisislab, Renswoude / Vrije Universiteit Amsterdam). Verkenningen 43

Staatssecretaris of seriecrimineel

Gepubliceerd in in de categorie P&W verkenningen

Staatssecretaris of seriecrimineel. Het smalle pad van de Marokkaan

Paul Andersson Toussaint. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 2009

Abstract
Het betreft een onderzoeksjournalistieke productie die als een (complementair) vervolg gezien kan worden op ‘het Marokkanendrama’ dat in 2007 is uitgebracht. Complementair in zoverre de insteek was om de andere kant van de medaille te belichten en meer in het bijzonder het levensverhaal van succesvolle Marokkanen. Wat maakt dat zij er wel in zijn geslaagd een positieve binding te ontwikkelen met de Nederlandse samenleving, voor zover afleidbaar uit het verwerven van voldoende startkwalificaties voor de arbeidsmarkt, een geslaagde maatschappelijke beroepscarrière en/of het beëindigen van mogelijk voorheen probleemgedrag? In hoeverre is de sleutel van hun ‘succes’ gelegen in kenmerken van persoon, gezin, buurt, religie of de invloed van ‘rolmodellen’?

Maar anders dan bij het Marokkanendrama belicht dit boek de problematiek van Marokkaanse jongeren vooral van ‘binnenuit’. Niet zozeer vanuit de gezinnen maar vanuit het perspectief van de buurten waarin de meeste van hen opgroeien. Buurten die veel kenmerken hebben van etnische getto’s. De auteur is wat dit betreft goed ingevoerd. Hij houdt zich al een aantal jaren intensief met dit vraagstuk bezig, kent alle betrokkenen en heeft met veel van hen, ook de jongeren waar het om gaat, meermalen intensief gesproken.

‘Het smalle pad van de Marokkaan’ weerspiegelt de realiteit van het toekomstperspectief van Marokkaanse jongeren, met name jongens van de 2de generatie. De sociaal- maatschappelijke en culturele omgeving waarin veel van hen opgroeien, zeker in Amsterdam, biedt een negatieve context met overwegend ongunstige condities voor succesvolle zelfontplooiing en positieve binding met de Nederlandse samenleving. Ze groeien op in vergaand gesegregeerde wijken in combinatie met gebrekkige opvoeding, scholing, verkeerde vrienden etc. Condities waaruit het, dat wordt opnieuw indringend zichtbaar gemaakt, moeilijk ontsnappen is.

In dat sombere perspectief van een kansarme generatie krijgt het levensverhaal van succesvolle Marokkanen, met name diegenen die in dezelfde omgeving opgroeien maar zich eraan hebben weten te ontworstelen, een bijzondere betekenis. Ook omdat in hun levensverhaal duidelijk wordt hoe cruciaal factoren als bijvoorbeeld een goede opvoeding door betrokken ouders zijn, naast de eigen wil en ambitie om te slagen. Een ambitie waarin ze onvoldoende worden ondersteund vanuit de eigen ‘gemeenschap’. In dat verband wordt de metafoor van de ‘krabbenmand’ gebruikt: pogingen van individuen zich aan dit ‘getto’(in meerdere opzichten) te ontworstelen, dus om uit de mand te kruipen, worden door de andere krabben in de mand tegengewerkt of ongedaan gemaakt. Zij die er wel in slagen worden niet zelfden gebrandmerkt als ‘verraders’.

Het Marokkanendrama liet zien waarom het bij de problemen met Marokkaanse jongeren om een complex maatschappelijk vraagstuk gaat waarvan de oplossing niet, en zeker niet in de eerste plaats of alleen gelegen is bij politie en justitie. Er moet gesleuteld worden aan de voorkant van het probleem en dat vraagt om een gecombineerde inspanning van zowel de Marokkaanse gemeenschap zelf als al die eerstelijns professionals in zorg, hulpverlening, onderwijs, maatschappelijk werk enz. Cruciaal daarbij is dat de Marokkaanse ‘gemeenschap’ zelf verantwoordelijkheid neemt voor eigen lot en handelen. Bestuur en hulpverlening moeten goede initiatieven van ‘binnenuit’ steunen en stimuleren. 

Slangenkoppen en tijgerjagers

Gepubliceerd in in de categorie P&W verkenningen

Illegaliteit en criminaliteit onder Chinezen in Nederland (2009). J. Knotter, D.J. Korf en Hiu Ying Lau (Bonger Instituut voor Criminologie / UVA, Amsterdam). Verkenningen 40

Tekenen van vertrouwen

Gepubliceerd in in de categorie P&W verkenningen

Op zoek naar risico's en kansen vanuit het perspectief van orde en veiligheid in woonwijken (2009). A. Buijs (Rigo, Amsterdam). Verkenningen 39