Gestolen auto’s hebben hun eigen fabrieken 

Strip- en omkatfabrieken. Een fenomeenstudie als basis voor inzicht, awareness en aanpak

Nieuwe publicatie in de reeks Politiekunde van het Programma Politie en Wetenschap.

Er zijn in ons land ‘fabrieken’ waar auto’s die zijn gestolen in een paar uur tijd veranderen in losse onderdelen of van identiteit waarna de onderdelen of de auto’s weer verkocht worden. Dit blijkt uit onderzoek naar deze zogenaamde strip- en omkatfabrieken, uitgevoerd door Bureau Beke in opdracht van het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap. De onderzoekers geven op basis van het onderzoek aan dat het 5 voor 12 is als het gaat om de gezamenlijke aanpak van deze ondermijnende en faciliterende vorm van georganiseerde voertuigcriminaliteit. 

Het onderzoek

Het doel van het verkennend onderzoek is om inzicht te bieden in de wereld van de voertuigcriminaliteit. De focus ligt op de strip- en omkatfabrieken: de plekken waar de gestolen auto’s een nieuwe identiteit krijgen, of veranderen in een verzameling losse onderdelen die verhandeld worden op een internationale markt. Om dit fenomeen in beeld te krijgen heeft Bureau Beke gebruik gemaakt van een reconstructie van 20 opsporingsonderzoeken, deskresearch, gesprekken met materiedeskundigen en slachtoffers én Mystery Guest bezoeken. Tot nu toe is er in de literatuur niet veel over dit fenomeen geschreven en daarmee is het vandaag gepubliceerde onderzoek uniek.

Gestolen auto’s als een uitstekend georganiseerde vorm van criminaliteit. 

Auto’s worden op bestelling gestolen, onderdelen worden samengebracht in criminele groothandels. De producten worden door heel Europa afgezet, waarbij ook gebruik wordt gemaakt van bestaande ondernemingen. Niet alle auto’s worden gebruikt voor de handel: er worden ook auto’s gestolen waarmee andere onderdelen van de criminaliteit worden gefaciliteerd. Gestolen auto’s duiken op bij ram- en plofkraken, maar ook bij liquidaties. 

De ‘fabrieken’ blijken vooral gehuisvest te zijn in loodsen, garagebedrijven en garageboxen in met name kleinere dorpen en soms zelfs gehuchten. Op die locaties vindt de politie alle mogelijke onderdelen van auto’s die gestript zijn. Dit varieert van motorblokken en spiegels tot deuren en boordcomputers. De ‘strip- en omkatfabrieken’ worden veelal worden gerund door kleine samenwerkingsverbanden van 2 tot 5 mannen van 30 tot 50 jaar. Binnen de samenwerkingsverbanden (vaak families) is kennis en kunde over onder andere slopen, demonteren, spuiten en lassen van belang.

Politie en justitie stuiten in de fabrieken regelmatig op honderden gestripte auto-onderdelen en op tientallen omgekatte voertuigen. De hiervoor benodigde voertuigen worden gestolen in Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en Italië en het betreft met name jonge voertuigen van de merken BMW, Volkswagen, Mercedes, Audi, Renault en Porsche. De schadelast waarvoor de (groep) verdachte(n) verantwoordelijk zijn, bedraagt per strafrechtelijk onderzoek één ton tot twee miljoen euro.

De aanpak heeft nu te weinig prioriteit

Strip- en omkatfabrieken zijn verweven met andere vormen van criminaliteit en zijn faciliterend en ondermijnend, zo laat het onderzoek zien. Het thema voertuigcriminaliteit en daarbinnen deze fabrieken, krijgen niet de prioriteit die ze verdienen. In nagenoeg ieder dossier met betrekking tot zware criminaliteit, van gewapende overvallen tot terroristische aanslagen, ‘rijdt’ wel tenminste één gehuurd of gestolen voertuig rond.

De strip- en omkatfabrieken komen soms bij toeval in beeld bij de politie bij een controle of door een tip. Als zo’n fabriek wordt aangetroffen zijn politie en justitie vaak zoekende: er is weinig kennis op dit terrein, die kennis is bovendien niet georganiseerd en wordt ook niet gecoördineerd. De Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit, waarin private en publieke partners samenwerkten, bestaat helaas al een aantal jaren niet meer en dat is een gemis.

Ondanks alle goede initiatieven en ideeën die in dit onderzoek naar voren zijn gebracht en beschreven, ontbreekt het in de aanpak aan urgentie, capaciteit, kwaliteit en centrale regie.

 

NADERE INFORMATIE: 

Van de zijde van de onderzoekers:
- Joey Wolsink, Onderzoeker (06-57567959 en j.wolsink@beke.nl)

Van de zijde van Politie en Wetenschap:
- Annemieke Venderbosch, directeur Programma Politie & Wetenschap: 06-13216168

‘Strip- en omkatfabrieken. Een fenomeenstudie als basis voor inzicht, awareness en aanpak’. (PK119)

Door: H. Ferwerda, J. Wolsink. Politiekunde 119, Politie en Wetenschap, Den Haag; Sdu Uitgevers, Den Haag 2022.

Het rapport is gratis te downloaden als PDF of als E-book van de website www.politieenwetenschap.nl 

 

Gerelateerde publicaties

Strip- en omkatfabrieken

Strip- en omkatfabrieken
Gepubliceerd op in de categorie Politiekunde

Een fenomeenstudie als basis voor inzicht, awareness en aanpak (2022). H. Ferwerda, J. Wolsink Politiekunde 119