Mensenhandel

Gepubliceerd in in de categorie P&W verkenningen

De rol van vrouwelijke daders (2019). M.D.S. Wijkman, E.R. Kleemans P&W verkenningen 84

Mobiel banditisme

Gepubliceerd in in de categorie P&W verkenningen

Opbrengsten van de verkennende fase van het onderzoeksprogramma Moba (2019). T van Ham, J. van Esseveldt, H. Ferwerda P&W verkenning 83

Naar een efficiëntere noodhulp?

Naar een efficiëntere noodhulp?
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Samenvatting
Het reageren op spoedeisende meldingen is een belangrijke taak van de politie. Een uitdaging waarmee de politieorganisatie worstelt is hoe deze noodhulp efficiënter georganiseerd kan worden. Ofwel: hoe organiseer je een betere benutting van de wachttijd tussen de spoedeisende meldingen door, zonder dat dit ten koste gaat van de reactietijd en de afhandeling van meldingen. Deze vraag is des te belangrijker nu de politie een grote druk op haar capaciteit ervaart. Vandaag wordt een onderzoek gepubliceerd waarin verslag wordt gedaan van enkele experimenten met de organisatie van de noodhulpfunctie. Het onderzoek is uitgevoerd door Crisislab in opdracht van het programma Politie en Wetenschap. Doel was om een werkwijze voor de noodhulpfunctie te ontwikkelen die tot een efficiëntere inzet van de politiecapaciteit zouden kunnen leiden.

De noodhulporganisatie moet 24/7 paraat staan om te reageren op spoedeisende meldingen. In de basisteams van de politie is met een interne breed samengestelde werkgroep nagedacht over deze noodhulpfunctie en mogelijke werkwijzen om dit efficiënter vorm te geven. Daartoe werden twee hoofdrichtingen onderscheiden.

De eerste hoofdrichting is om politiemensen die beschikbaar moeten zijn voor noodhulpmeldingen (de noodhulpteams), door gerichte sturing met werkopdrachten meer werk te laten verrichten ‘tussen de meldingen door’. De tweede hoofdrichting is het opheffen van specifieke noodhulpteams door alle uitvoerende politiefunctionarissen die in dienst zijn, te laten reageren op meldingen. Hierdoor kan al het reguliere werk verdeeld worden over iedere in dienst zijnde politiefunctionaris. Iedereen rijdt meldingen. Hierbij wordt samengewerkt met de meldkamer.

De werkwijzen zijn in drie basisteams van de politie tijdelijk geïmplementeerd en aan de hand van een meting voor en na het experiment (een nul- en éénmeting) op implementeerbaarheid en efficiency(winst) getest.  Daarnaast hebben de onderzoekers de uitvoering van de werkwijzen geobserveerd en er is aan de politiemedewerkers via een vragenlijst na hun dienst gevraagd wat zij vonden van de nieuwe werkwijze.

Een eerste conclusie is dat politieleidinggevenden nog niet echt uit de voeten kunnen met het formuleren van werkopdrachten tussen meldingen door en dat het operationeel aansturen van medewerkers niet goed van de grond kwam in de experimenten. De eerste hoofdrichting lijkt daarmee op dit moment weinig kansrijk.

Het opheffen van de aparte noodhulpteams blijkt wel te kunnen leiden tot een aanmerkelijk effectievere en efficiëntere politieorganisatie, waarin uitvoerende politiemedewerkers een meer integrale verantwoordelijkheid voelen en nemen voor het politiewerk. Deze werkwijze vraagt wel weer om een andere organisatie van het overige werk, zodat voldoende zinvol werk gevonden kan worden voor de medewerkers.

Wijkagenten en veranderingen in hun dagelijks werk

Wijkagenten en veranderingen in hun dagelijks werk
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Samenvatting
De wijkagent komt in Nederland in toenemende mate onder druk te staan door een steeds complexer wordende taak. De afgelopen jaren heeft de wijkagent te maken gehad met vele organisatorische veranderingen, deels samenhangend met de komst van de Nationale Politie in Nederland. De wijkagent neemt een centrale positie in binnen de Nederlandse politie. Daarbij zijn de ambities en de verwachtingen over wat wijkagenten zouden moeten (nog) verder toegenomen. Zij moeten zich nu bijvoorbeeld ook bezig houden met relatief nieuwe problemen zoals ondermijnende criminaliteit, tekenen van radicalisering of de vaak complexe problematiek van ‘verwarde’ personen. Dit blijkt uit onderzoek van de Radboud Universiteit in opdracht van het programma Politie en Wetenschap. Ondanks de veranderingen ten opzichte van tien jaar geleden valt vooral de grote mate van continuïteit op in het werk en de werkwijzen van wijkagenten.

De onderzoekers hebben tien jaar geleden al eens onderzoek gedaan naar het dagelijks werk van wijkagenten. In de vandaag gepubliceerde studie ligt de nadruk op de diepgang en het detail in het dagelijks werk van wijkagenten. Om die reden hebben langdurige observaties plaatsgevonden bij een beperkt aantal wijkagenten op verschillende locaties in Nederland. De bevindingen bieden een goed inzicht in de dagelijkse professionele taken van de wijkagent anno 2018.

De afgelopen decennia heeft het gebiedsgebonden werken binnen de Nederlandse politie een steeds belangrijker plaats gekregen. Ook in de plannen van de Nationale Politie werd aan de lokale inbedding van de politie groot belang toegekend. Ondanks de invoering van een nationaal politiebestel en de komst van de basisteams valt in de praktijk vooral de continuïteit op in het werk en de werkwijzen van wijkagenten. Op grote lijnen is hun werk niet erg veranderd in de afgelopen jaren. De nadruk in het werk van wijkagenten ligt nog steeds op nabijheid, aanspreekbaarheid, persoonlijk contact met bewoners, op veelal informele samenwerking met andere instanties en het bij voorkeur direct reageren op uiteenlopende problemen in wijk, buurt of dorp. Er is wel sprake van een grote variëteit in de werkwijzen die wijkagenten in de praktijk hanteren.

Tegelijk worden wijkagenten geconfronteerd met stijgende verwachtingen en ambities over wat zij in hun werk zouden moeten doen. Zo zouden zij volgens de plannen meer ‘probleemgericht’, ‘informatiegestuurd’ en ‘contextgedreven’ moeten werken. In de praktijk blijkt het vaak lastig deze ambities te verwezenlijken. Dat hangt deels samen met de vaak wat geïsoleerde positie van wijkagenten en de nadruk die in de basisteams vaak ligt op het noodhulp-werk. Daar komt bij dat de problemen waarop wijkagenten zich moeten richten in de loop van de tijd diverser zijn geworden. De afgelopen jaren zijn thema’s als radicalisering, spanningen tussen etnische bevolkingsgroepen, ‘ondermijnende criminaliteit’ en de uitwassen van de wereldpolitiek op wijkniveau op hun agenda gezet. Wijkagenten hebben bovendien te maken met de complexe en tijdrovende problematiek van ‘verwarde’ personen. Van wijkagenten wordt verwacht dat zij bovenstaande problemen in een vroegtijdig stadium onderkennen en signaleren en bijdragen aan het voorkomen en oplossen daarvan. Daarmee stijgen de verwachtingen, zowel bij bestuur, leiding, bevolking als media over wat wijkagenten zouden moeten doen en kunnen. Dat kan voor spanning zorgen gegeven de grenzen aan beschikbare middelen en capaciteiten.

Ondanks het feit dat de wijkagent binnen de Nederlandse politie niet meer is weg te denken, blijft zijn positie vaak wankel en tegenstrijdig. Van meerdere kanten wordt toenemend aan de wijkagent getrokken. In dit onderzoek wordt dan ook gepleit voor verdere professionalisering van en steun voor wijkagenten in hun dagelijks werk.