Q-teams

Q-teams
Gepubliceerd in in de categorie Politiekunde

De politie onderweg naar toekomstbestendige opsporing en vervolging? (2020). P. van Egmond, A. Swami-Persaud, A. Verwest Politiekunde 105

De rol van bodycambeelden in de opsporing en bewijsvoering

De rol van bodycambeelden in de opsporing en bewijsvoering
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Samenvatting
Als politieagenten een proces-verbaal van bevindingen over een incident schrijven, mogen zij doorgaans niet de bodycambeelden van het incident bekijken. Toch schrijven agenten met behulp van bodycambeelden volledigere en juistere processen-verbaal. Dit blijkt uit onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam in opdracht van het Onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap. Het is wel van belang dat politieagenten eerst hun eigen bevindingen vastleggen in een proces-verbaal en pas daarna de beelden bekijken en het proces-verbaal aanvullen en corrigeren. Zo blijft de bron van hun bevindingen helder voor henzelf en voor andere betrokkenen bij de strafzaak, zoals de rechter, advocaat en officier van justitie. Op die manier kunnen bodycams niet alleen bijdragen aan de veiligheid van agenten en het vertrouwen in de politie, maar ook aan de opsporing en bewijsvoering in strafzaken. 

De politie maakt steeds meer gebruik van bodycams. Dat roept allerlei interessante vragen op over de potentiële rol van bodycambeelden in de waarheidsvinding, zoals over de invloed van het bekijken van de beelden op de inhoud van het proces-verbaal en de manier waarop de beelden kunnen bijdragen aan de bewijsvoering in een strafzaak. Onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam onderzochten deze en andere vragen in een grootschalig onderzoek bestaande uit een literatuuronderzoek, een veldexperiment met ruim honderd politieagenten en een juridische analyse. 

In het veldexperiment namen 102 politieagenten in koppels deel aan een training waarin zij een uit de hand gelopen burenruzie onderzochten. Na afloop van het incident schreven de agenten ieder apart een proces-verbaal van bevindingen, ofwel voordat zij de bodycambeelden bekeken ofwel daarna. Agenten die de beelden pas na het schrijven van het proces-verbaal bekeken, mochten hun proces-verbaal nog aanpassen op basis van de beelden. Die aangepaste processen-verbaal bleken het volledigst te zijn en relatief de minste fouten te bevatten. 

De rechtspraakanalyse liet zien dat bodycambeelden vooralsnog weinig worden gebruikt in de bewijsvoering in strafzaken, met uitzondering van enkele zaken waarin het ging om een conflict tussen burger en politieagent(en). Toch zouden bodycambeelden vanuit juridisch oogpunt wel een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de bewijsvoering, zolang in het proces-verbaal maar duidelijk wordt vermeld welke informatie de politieagent tijdens het incident heeft waargenomen en welke informatie later is aangepast naar aanleiding van de bodycambeelden. Zo zouden de beelden kunnen worden gebruikt bij de beantwoording van de vraag of de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het handelen van politieagenten en bij het controleren van de inhoud van een proces-verbaal.

Uit het rapport komen drie concrete aanbevelingen voor de politiepraktijk naar voren. De onderzoekers raden politieagenten aan om eerst hun proces-verbaal te schrijven en pas daarna de beelden van de bodycam te bekijken. Op basis van de beelden kunnen zij hun proces-verbaal dan aanpassen, zolang zij maar precies vastleggen wat zij hebben veranderd, toegevoegd of verwijderd. Als zij bovendien het tijdstip op de bodycambeelden erbij vermelden, kunnen de rechter, advocaat en officier van justitie gemakkelijk zelf de beelden op dat punt bekijken. Als deze werkwijze wordt gevolgd, kunnen bodycambeelden de kwaliteit van processen-verbaal verhogen en een waardevolle bijdrage leveren aan de waarheidsvinding in strafzaken.