De rol van bodycambeelden in de opsporing en bewijsvoering

De rol van bodycambeelden in de opsporing en bewijsvoering
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Samenvatting
Als politieagenten een proces-verbaal van bevindingen over een incident schrijven, mogen zij doorgaans niet de bodycambeelden van het incident bekijken. Toch schrijven agenten met behulp van bodycambeelden volledigere en juistere processen-verbaal. Dit blijkt uit onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam in opdracht van het Onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap. Het is wel van belang dat politieagenten eerst hun eigen bevindingen vastleggen in een proces-verbaal en pas daarna de beelden bekijken en het proces-verbaal aanvullen en corrigeren. Zo blijft de bron van hun bevindingen helder voor henzelf en voor andere betrokkenen bij de strafzaak, zoals de rechter, advocaat en officier van justitie. Op die manier kunnen bodycams niet alleen bijdragen aan de veiligheid van agenten en het vertrouwen in de politie, maar ook aan de opsporing en bewijsvoering in strafzaken. 

De politie maakt steeds meer gebruik van bodycams. Dat roept allerlei interessante vragen op over de potentiële rol van bodycambeelden in de waarheidsvinding, zoals over de invloed van het bekijken van de beelden op de inhoud van het proces-verbaal en de manier waarop de beelden kunnen bijdragen aan de bewijsvoering in een strafzaak. Onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam onderzochten deze en andere vragen in een grootschalig onderzoek bestaande uit een literatuuronderzoek, een veldexperiment met ruim honderd politieagenten en een juridische analyse. 

In het veldexperiment namen 102 politieagenten in koppels deel aan een training waarin zij een uit de hand gelopen burenruzie onderzochten. Na afloop van het incident schreven de agenten ieder apart een proces-verbaal van bevindingen, ofwel voordat zij de bodycambeelden bekeken ofwel daarna. Agenten die de beelden pas na het schrijven van het proces-verbaal bekeken, mochten hun proces-verbaal nog aanpassen op basis van de beelden. Die aangepaste processen-verbaal bleken het volledigst te zijn en relatief de minste fouten te bevatten. 

De rechtspraakanalyse liet zien dat bodycambeelden vooralsnog weinig worden gebruikt in de bewijsvoering in strafzaken, met uitzondering van enkele zaken waarin het ging om een conflict tussen burger en politieagent(en). Toch zouden bodycambeelden vanuit juridisch oogpunt wel een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de bewijsvoering, zolang in het proces-verbaal maar duidelijk wordt vermeld welke informatie de politieagent tijdens het incident heeft waargenomen en welke informatie later is aangepast naar aanleiding van de bodycambeelden. Zo zouden de beelden kunnen worden gebruikt bij de beantwoording van de vraag of de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het handelen van politieagenten en bij het controleren van de inhoud van een proces-verbaal.

Uit het rapport komen drie concrete aanbevelingen voor de politiepraktijk naar voren. De onderzoekers raden politieagenten aan om eerst hun proces-verbaal te schrijven en pas daarna de beelden van de bodycam te bekijken. Op basis van de beelden kunnen zij hun proces-verbaal dan aanpassen, zolang zij maar precies vastleggen wat zij hebben veranderd, toegevoegd of verwijderd. Als zij bovendien het tijdstip op de bodycambeelden erbij vermelden, kunnen de rechter, advocaat en officier van justitie gemakkelijk zelf de beelden op dat punt bekijken. Als deze werkwijze wordt gevolgd, kunnen bodycambeelden de kwaliteit van processen-verbaal verhogen en een waardevolle bijdrage leveren aan de waarheidsvinding in strafzaken.

 

Interveniëren in criminele families

Interveniëren in criminele families
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Samenvatting
Het draaiboek voor een effectieve aanpak van criminele families bestaat niet. Alles staat of valt met aandacht voor situatie, context en maatwerk – met professionaliteit en veerkracht in een weerbarstige praktijk. De ‘harde’ aanpak van repressie, verstoring en afpakken, sluit nog te beperkt aan op de ‘zachte’ benadering van preventie, hulpverlening, scholing, maatschappelijk werk en gezondheidszorg. En we zijn pas net gaan beseffen dat in vrijwel elke aanpak ook de directe leefomgeving van criminele families zou moeten worden gemobiliseerd. Tot die harde en heldere conclusie komen onderzoekers van EMMA – Experts in Media en Maatschappij, en Tilburg University in hun onderzoek in opdracht van het Onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap. 

Met inzichten van de werkvloer en uit de wetenschap beoogt het vandaag gepubliceerde boek ‘Interveniëren in criminele families’ alle professionals te inspireren, die bij en voor gemeenten proberen vat te krijgen op deze complexe en persistente problematiek.

Dit boek gaat over wat Nederlandse gemeenten doen om criminele families aan te pakken en de intergenerationele overdracht van criminaliteit te doorbreken. De problematiek van de georganiseerde misdaad in Nederland en zijn ondermijnende effecten kan immers niet los worden gezien van de rol die criminele families hierin spelen. Dat lieten Hans Moors en Toine Spapens in Criminele families in Noord-Brabant - Een verkenning van generatie-effecten in de georganiseerde misdaad (2017) klip en klaar zien. 

De leden van criminele families zijn over het algemeen bedreven in het ontlopen van de strafrechtelijke repercussies van de criminaliteit die ze plegen. Ze zijn evenzeer in staat om interventies van preventieve aard te frustreren. Het gaat om gesloten groepen, die vaak een negatieve sfeer van intimidatie en afhankelijkheid creëren in hun fysieke en sociale omgeving, maar die tegelijkertijd het liefst onder de radar opereren en instanties buiten de deur houden, of er juist van profiteren. Een overheid die te dichtbij komt en illegale verdienmodellen verstoort, kan echter op forse weerstand rekenen. Dat onderstreepten vrijwel alle Nederlandse professionals, net als de Zweedse en Britse collega’s waarmee de onderzoekers hebben gesproken.

Op basis van een systematische literatuurstudie, tientallen interviews en groepsgesprekken met uitvoerende professionals komen de onderzoekers tot een harde en heldere conclusie. Ondanks de brede aandacht voor integrale samenwerking en de creatieve inzet van straf-, civiel- en bestuursrechtelijke middelen van de afgelopen jaren, valt er een wereld te winnen. De ‘harde’ aanpak van repressie, verstoring en afpakken, sluit nog te beperkt aan op de ‘zachte’ benadering van preventie, hulpverlening, scholing, maatschappelijk werk en gezondheidszorg. En we zijn pas net gaan beseffen dat in vrijwel elke aanpak ook de directe leefomgeving van criminele families zou moeten worden gemobiliseerd. 

Het draaiboek voor een effectieve aanpak van criminele families bestaat niet. Alles staat of valt met aandacht voor situatie, context en maatwerk – met professionaliteit en veerkracht in een weerbarstige praktijk. Daarom willen de onderzoekers met de inzichten van de werkvloer en uit de wetenschap in dit boek alle professionals inspireren die bij en voor gemeenten vat proberen te krijgen op deze complexe en persistente problematiek.

 

Virtual reality als onderzoeksmethode om inbrekers te doorgronden

Virtual reality als onderzoeksmethode om inbrekers te doorgronden
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Samenvatting
Het plaatsen van waarschuwingsborden, zoals het WhatsApp buurtpreventiebord, schrikt inbrekers nauwelijks af. De zichtbare, fysieke aanwezigheid van buurtbewoners op straat doet dit wel. Dit blijkt uit een onderzoek met behulp van virtual reality van de Vrije Universiteit Amsterdam en Universiteit van Twente in opdracht van het Onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap. Het beter begrijpen waarom inbrekers bepaalde doelwitten kiezen is essentieel om inbraken te voorkomen. Door virtual reality te gebruiken kunnen inbrekers geplaatst worden in virtuele wijken en kan hun gedrag geobserveerd worden terwijl zij deze wijk scouten. Hierdoor wordt duidelijk wat hen aantrekt en afschrikt. Het onderzoeksrapport wordt vandaag gepubliceerd.

181 veroordeelde inbrekers en 123 niet-inbrekers namen deel aan dit unieke onderzoek. Het onderzoek had twee doelen. Het eerste doel was om vast te stellen of virtual reality als onderzoeksmethode gebruikt kan worden om inbrekers te bestuderen. Het tweede doel was om te onderzoeken of en hoe de fysieke of symbolische aanwezigheid van buurtbewoners inbrekers afschrikt. Hiervoor werden twee virtuele wijken ontwikkeld. In de eerste wijk werden deelnemers blootgesteld aan verschillende afschrikkingsborden, zoals het WhatsApp buurtpreventiebord, in de tweede wijk werden zij virtual blootgesteld aan de aanwezigheid van een buurtbewoner. Aan deelnemers werd gevraagd beide wijken te scouten alsof zij een woninginbraak wilden plegen. Na dit scoutingsproces werden er verschillende vragenlijsten afgenomen over wat hen aantrok of afschrikte en werd een kort interview gehouden met de inbrekers.

Uit de reacties van de inbrekers bleek dat zij de virtuele wijken als realistisch ervoeren. Zij hadden veelal het gevoel daadwerkelijk in de virtuele omgeving te zijn. Dit wijst erop dat het gedrag in de virtuele wereld sterk lijkt op het gedrag dat deze inbrekers vertonen in de echte wereld. Hiermee wordt bevestigd dat virtual reality een effectieve onderzoeksmethode kan zijn om inbrekers te bestuderen.
De effectiviteit van het plaatsen van borden om inbrekers af te schrikken lijkt bescheiden te zijn. Vooral niet-inbrekers reageerden op afschrikkingsborden, waarbij zij bijvoorbeeld sociale cohesie in de buurt hoger achtten wanneer deze borden aanwezig waren. Dit laat zien dat, alhoewel een bord misschien voor de gewone burger een bepaalde impact heeft, dit voor inbrekers niet het geval is. 

De aanwezigheid van buurtbewoners had wel een afschrikkend effect op inbrekers. Wanneer er een virtuele buurtbewoner in de wijk aanwezig was werd onder andere de waargenomen pakkans als hoger gezien, terwijl de aantrekkelijkheid van de wijk afnam. Hiermee wordt bevestigd dat de fysieke aanwezigheid van buurtbewoners een belangrijke factor is om inbraken te voorkomen.