Interveniëren in criminele families

Interveniëren in criminele families
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Samenvatting
Het draaiboek voor een effectieve aanpak van criminele families bestaat niet. Alles staat of valt met aandacht voor situatie, context en maatwerk – met professionaliteit en veerkracht in een weerbarstige praktijk. De ‘harde’ aanpak van repressie, verstoring en afpakken, sluit nog te beperkt aan op de ‘zachte’ benadering van preventie, hulpverlening, scholing, maatschappelijk werk en gezondheidszorg. En we zijn pas net gaan beseffen dat in vrijwel elke aanpak ook de directe leefomgeving van criminele families zou moeten worden gemobiliseerd. Tot die harde en heldere conclusie komen onderzoekers van EMMA – Experts in Media en Maatschappij, en Tilburg University in hun onderzoek in opdracht van het Onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap. 

Met inzichten van de werkvloer en uit de wetenschap beoogt het vandaag gepubliceerde boek ‘Interveniëren in criminele families’ alle professionals te inspireren, die bij en voor gemeenten proberen vat te krijgen op deze complexe en persistente problematiek.

Dit boek gaat over wat Nederlandse gemeenten doen om criminele families aan te pakken en de intergenerationele overdracht van criminaliteit te doorbreken. De problematiek van de georganiseerde misdaad in Nederland en zijn ondermijnende effecten kan immers niet los worden gezien van de rol die criminele families hierin spelen. Dat lieten Hans Moors en Toine Spapens in Criminele families in Noord-Brabant - Een verkenning van generatie-effecten in de georganiseerde misdaad (2017) klip en klaar zien. 

De leden van criminele families zijn over het algemeen bedreven in het ontlopen van de strafrechtelijke repercussies van de criminaliteit die ze plegen. Ze zijn evenzeer in staat om interventies van preventieve aard te frustreren. Het gaat om gesloten groepen, die vaak een negatieve sfeer van intimidatie en afhankelijkheid creëren in hun fysieke en sociale omgeving, maar die tegelijkertijd het liefst onder de radar opereren en instanties buiten de deur houden, of er juist van profiteren. Een overheid die te dichtbij komt en illegale verdienmodellen verstoort, kan echter op forse weerstand rekenen. Dat onderstreepten vrijwel alle Nederlandse professionals, net als de Zweedse en Britse collega’s waarmee de onderzoekers hebben gesproken.

Op basis van een systematische literatuurstudie, tientallen interviews en groepsgesprekken met uitvoerende professionals komen de onderzoekers tot een harde en heldere conclusie. Ondanks de brede aandacht voor integrale samenwerking en de creatieve inzet van straf-, civiel- en bestuursrechtelijke middelen van de afgelopen jaren, valt er een wereld te winnen. De ‘harde’ aanpak van repressie, verstoring en afpakken, sluit nog te beperkt aan op de ‘zachte’ benadering van preventie, hulpverlening, scholing, maatschappelijk werk en gezondheidszorg. En we zijn pas net gaan beseffen dat in vrijwel elke aanpak ook de directe leefomgeving van criminele families zou moeten worden gemobiliseerd. 

Het draaiboek voor een effectieve aanpak van criminele families bestaat niet. Alles staat of valt met aandacht voor situatie, context en maatwerk – met professionaliteit en veerkracht in een weerbarstige praktijk. Daarom willen de onderzoekers met de inzichten van de werkvloer en uit de wetenschap in dit boek alle professionals inspireren die bij en voor gemeenten vat proberen te krijgen op deze complexe en persistente problematiek.

 

Virtual reality als onderzoeksmethode om inbrekers te doorgronden

Virtual reality als onderzoeksmethode om inbrekers te doorgronden
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Samenvatting
Het plaatsen van waarschuwingsborden, zoals het WhatsApp buurtpreventiebord, schrikt inbrekers nauwelijks af. De zichtbare, fysieke aanwezigheid van buurtbewoners op straat doet dit wel. Dit blijkt uit een onderzoek met behulp van virtual reality van de Vrije Universiteit Amsterdam en Universiteit van Twente in opdracht van het Onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap. Het beter begrijpen waarom inbrekers bepaalde doelwitten kiezen is essentieel om inbraken te voorkomen. Door virtual reality te gebruiken kunnen inbrekers geplaatst worden in virtuele wijken en kan hun gedrag geobserveerd worden terwijl zij deze wijk scouten. Hierdoor wordt duidelijk wat hen aantrekt en afschrikt. Het onderzoeksrapport wordt vandaag gepubliceerd.

181 veroordeelde inbrekers en 123 niet-inbrekers namen deel aan dit unieke onderzoek. Het onderzoek had twee doelen. Het eerste doel was om vast te stellen of virtual reality als onderzoeksmethode gebruikt kan worden om inbrekers te bestuderen. Het tweede doel was om te onderzoeken of en hoe de fysieke of symbolische aanwezigheid van buurtbewoners inbrekers afschrikt. Hiervoor werden twee virtuele wijken ontwikkeld. In de eerste wijk werden deelnemers blootgesteld aan verschillende afschrikkingsborden, zoals het WhatsApp buurtpreventiebord, in de tweede wijk werden zij virtual blootgesteld aan de aanwezigheid van een buurtbewoner. Aan deelnemers werd gevraagd beide wijken te scouten alsof zij een woninginbraak wilden plegen. Na dit scoutingsproces werden er verschillende vragenlijsten afgenomen over wat hen aantrok of afschrikte en werd een kort interview gehouden met de inbrekers.

Uit de reacties van de inbrekers bleek dat zij de virtuele wijken als realistisch ervoeren. Zij hadden veelal het gevoel daadwerkelijk in de virtuele omgeving te zijn. Dit wijst erop dat het gedrag in de virtuele wereld sterk lijkt op het gedrag dat deze inbrekers vertonen in de echte wereld. Hiermee wordt bevestigd dat virtual reality een effectieve onderzoeksmethode kan zijn om inbrekers te bestuderen.
De effectiviteit van het plaatsen van borden om inbrekers af te schrikken lijkt bescheiden te zijn. Vooral niet-inbrekers reageerden op afschrikkingsborden, waarbij zij bijvoorbeeld sociale cohesie in de buurt hoger achtten wanneer deze borden aanwezig waren. Dit laat zien dat, alhoewel een bord misschien voor de gewone burger een bepaalde impact heeft, dit voor inbrekers niet het geval is. 

De aanwezigheid van buurtbewoners had wel een afschrikkend effect op inbrekers. Wanneer er een virtuele buurtbewoner in de wijk aanwezig was werd onder andere de waargenomen pakkans als hoger gezien, terwijl de aantrekkelijkheid van de wijk afnam. Hiermee wordt bevestigd dat de fysieke aanwezigheid van buurtbewoners een belangrijke factor is om inbraken te voorkomen.

 

Politiestraatgezag en (on)gehoorzaam burgergedrag

Politiestraatgezag en (on)gehoorzaam burgergedrag
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Samenvatting

Veruit de meeste burgers doen wat de politie van hen vraagt. Maar liefst 92% van de 210 mensen in een onderzoek van Crisislab gehoorzaamden aan alle oproepen van de politiefunctionaris. Veruit de meeste mensen (82%) deden dit ook nog eens zonder protest. Dit staat haaks op het overheersende beeld dat het gezag van de politie in toenemende mate in het geding is. Crisislab deed het onderzoek naar het gezag op straat van de Nederlandse politie in opdracht van Politie en Wetenschap. Uit het onderzoek blijkt ook dat het vragen om medewerking in plaats van het geven van een bevel leidt tot significant meer gehoorzaamheid. 

De onderzoekers zijn in het onderzoek met politiemensen van acht basisteams tijdens hun dienst meegelopen en hebben interacties tussen politiemensen en burgers geobserveerd. Ook is de motivatie van (120 van de 210) burgers om wel of niet te gehoorzamen gepeild aan de hand van flitsinterviews na afloop van de (on)gehoorzaamheidsinteracties. Zo is gekeken welke factoren bepalend zijn voor gehoorzaamheid en wat de motivatie van burgers is om te gehoorzamen.

Het vragen om medewerking door de politiefunctionaris heeft effect. Het geven van een ‘bevel’ door de politiefunctionaris blijkt juist tot significant minder gehoorzaamheid bij de burger te leiden. Een grote meerderheid van de respondenten (91%) vond overigens dat de politiefunctionarissen tijdens de interactie beleefd tegen hun waren. Andere factoren die zijn onderzocht blijken niet van significante invloed op de mate van gehoorzaamheid te zijn, zoals ervaring, geslacht of huidskleur van de politiefunctionaris. Ook het wel of niet dragen van een pet heeft geen duidelijke invloed. Opvallend is dat het geven van uitleg bij de oproep niet tot meer (of minder) gehoorzaamheid leidt, terwijl dit in eerdere studies wel wordt gesuggereerd.

Innerlijke overtuiging is het belangrijkste motief voor burgers om te gehoorzamen en niet te protesteren: men voelt een geïnternaliseerde verplichting om te gehoorzamen en vindt het vervolgens niet passen om tegen, in dit geval, de politie te protesteren die gewoon zijn werk doet.

De onderzoekers geven aan dat de Nederlandse politie er goed aan doet haar straatgezag te koesteren door in opleiding en procedures te wijzen op het belang van een respectvolle omgang met burgers.