Tussen onder en boven

Tussen onder en boven
Gepubliceerd in in de categorie Politiekunde

Productie en distributie van softdrugs in Noord-Nederland. (2017)

J. Snippe, R. Mennes, M. Sijtstra, B. Bieleman (Intraval Onderzoek en advies). Politiekunde 90

Samenvatting
In Noord-Nederland wordt in de 50 coffeeshops naar schatting jaarlijks maximaal 10 ton aan softdrugs verkocht met een omzet van bijna 90 miljoen euro. De distributieketen is erg divers met een nadrukkelijke rol voor de professionele tussenhandel die in tijden van schaarste de aanvoer waarborgt. Niet alle geproduceerde hennep eindigt bij coffeeshops; een deel komt terecht bij (straat)dealers en een deel wordt naar het buitenland geëxporteerd. Dat blijkt uit onderzoek van onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL in opdracht van Politie en Wetenschap. Door de tussenhandel is de oorsprong van de softdrugs uiteindelijk niet meer goed te achterhalen, ook niet voor de eindgebruikers. De onderzoekers doen aanbevelingen om als politie de productie- en distributienetwerken beter in kaart te brengen. 

Onderzoek
Het onderzoek richt zich op de productie en distributie van softdrugs in de politie-eenheid Noord-Nederland (provincies Groningen, Friesland en Drenthe). Er is beschikbare literatuur en documentatie bestudeerd, er zijn interviews gehouden met relevante ketenpartners en er is gesproken met personen die softdrugs produceren, erin handelen of de teelt faciliteren. Ook is informatie verkregen uit de politieregistraties en zijn processen-verbaal en documenten over opsporingsonderzoeken doorzocht. Op basis hiervan is daarnaast een sociale netwerkanalyse uitgevoerd.

Kwekers en technisch experts
Er blijken grofweg drie typen kwekers te kunnen worden onderscheiden: de (kleine) hobbykwekers, de (middelgrote) professionele kwekers en de (grote) commerciële kwekers. De laatste categorie, de bulkkwekers met meer dan 500 planten, krijgt bij de opsporing van dadergroepen de hoogste prioriteit. Grote kwekerijen worden vaak in bedrijfspanden of loodsen op bedrijventerreinen aangetroffen. De organisatiegraad is doorgaans hoog en er lijkt sprake van verregaande specialisatie van het productieproces. Voor kleine en middelgrote kwekers geldt dit in mindere mate. De kleine kweker verzorgt en oogst zijn planten zelf of met hulp van vrienden (vaak ook kwekers), terwijl de middelgrote kweker de hulp inroept van een bredere groep vrienden en bekenden.
Voor de grootschalige teelt en verspreiding van hennep zijn vaak technische experts nodig, bijvoorbeeld voor de constructie van de inrichting van de kwekerij en het omleggen van elektriciteit, makelaars voor de huur van panden, financiële dienstverleners voor het witwassen van de criminele winsten en autoverhuurbedrijven voor de distributie van hennep.

Verbeteren informatiepositie
In de opsporing is vooral nog veel winst te behalen bij onderzoek naar de distributie van hennep. De onderzoekers hebben een stappenplan voor sociale netwerkanalyse opgesteld, waarmee zij een nauwkeurig netwerk van betrokkenen kunnen construeren. Om in de toekomst meer informatie uit politieregistraties te kunnen halen moeten de politiesystemen beter ingericht worden om dwarsverbanden bloot te leggen. Bovendien zou er meer gebruik kunnen worden gemaakt van de informatie die bij de ketenpartners beschikbaar is.

 

Defensiehulp

Defensiehulp
Gepubliceerd in in de categorie Politiekunde

Legergroene bijstand aan de politie bij handhaving van de rechtsorde. (2017)

E. Bervoets (Bureau Bervoets) m.m.v. S. Eijgenraam, T. Dijkhuizen en J. van de Werken. Politiekunde 89

Samenvatting
De politie maakt in toenemende mate gebruik van kennis en expertise van de krijgsmacht, de zogeheten militaire bijstand, met een juridische grondslag in artikel 58 van de Politiewet 2012. De krijgsmacht ondersteunt politie met name op het gebied van zoeken, analyse en observatie. Waar voorheen de focus lag op de openbare orde, denk bijvoorbeeld aan de inzet van de Marechaussee bij de Nieuwmarktrellen in de jaren 70, wordt militaire bijstand tegenwoordig voornamelijk ingezet bij opsporingszaken, waarbij vaak hoogwaardige kennis en materieel wordt gebruikt. Dit blijkt uit onderzoek van Bureau Bervoets in opdracht van het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap. Hoewel zowel politie als defensie over het algemeen goede ervaringen met de bijstand hebben, raakt deze wel aan een klassiek dilemma in het politiebestel rond de vraag of politietaken in principe alleen door de politie zouden moeten worden uitgevoerd.

Het onderzoek verkent en beschrijft wat er komt kijken bij incidentele bijstand door militairen aan de politie. Het gaat om soms zeer specialistische mensen en middelen, zoals onder water met speciale apparatuur zoeken naar vuurwapens, een kluis of een lichaam, combat trackers die assisteren bij een vermissing op land en de inzet van drones bij een inbraakgolf. Gekeken wordt hoe deze specialistische, incidentele militaire bijstand plaatsvindt bij het reguliere politiewerk en wat de motieven en ervaringen zijn.

Voor het onderzoek zijn open bronnen geanalyseerd (denk aan nieuwsberichten en vakbladen, grijze literatuur) evenals cijfers van de geregistreerde bijstand van defensie. Daarnaast zijn interviews afgenomen met politiemensen, militairen, het bevoegd gezag en andere directbetrokkenen. 
Als reden voor de toegenomen vraag naar militaire bijstand noemt men onder andere de grotere expertise de laatste jaren bij defensie, onder andere door de uitzending naar Uruzgan. Ook vragen de (internationale) ontwikkelingen en dreigingen om een andere aanpak van de binnenlandse veiligheid, waarbij gedacht kan worden aan terrorisme en de bestrijding hiervan. Militaire bijstand werd daarnaast actiever aangeboden aan binnenlandse veiligheidspartners, waardoor de bekendheid toenam. Goede ervaringen met militaire bijstand leiden vervolgens weer tot nieuwe vraag.

Defensie en politie kunnen in het samenwerken van elkaar leren. Politiemensen kunnen leren van een heel andere manier van kijken en doen van defensie. Omgekeerd kan defensie bijvoorbeeld leren van de forensische expertise van de politie. Toch is een inhoudelijke en principiële discussie over de wenselijkheid van verdergaande militaire bijstand aan de politie aan te raden. Zo is het de vraag of de politie deze specialistische expertise en capaciteit beter zelf in huis kan hebben.

Effectiviteit van het verdachtenverhoor

Effectiviteit van het verdachtenverhoor
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Een veldstudie naar de relatie tussen verhoortechnieken, de verklaring van verdachten en de aanwezigheid van de advocaat in zware zaken. (2017)

W.J. Verhoeven en E. Duinhof (Erasmus School of Law, Rotterdam). Politiewetenschap 95

Samenvatting
De huidige manier van verhoren en de aanwezigheid van de advocaat blijken beperkt van invloed op de informatie die verdachten van zware misdrijven tijdens een politieverhoor prijsgeven. Dit is de belangrijkste conclusie uit een studie die door onderzoekers van de Erasmus School of Law in opdracht van het Programma Politie en Wetenschap is uitgevoerd. Het onderzoek laat zien dat weinig verdachten gedurende het gehele verhoor zwijgen. De uitdaging voor een effectief verdachtenverhoor is dan ook niet zozeer de verdachte aan het praten te krijgen, maar de verdachte over de zaak te laten praten of de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie te onderzoeken. Hiertoe zou het verdachtenverhoor vormgegeven kunnen worden als een open gesprek waarin de beschikbare informatie met de verdachte wordt besproken. De verdachte en advocaat sneller inzage geven in het dossier kan bijdragen aan een efficiënter verdachtenverhoor.

Er bestaat weinig inzicht in de effectiviteit van het verdachtenverhoor als het gaat om het verkrijgen van zaakgerelateerde en betrouwbare informatie. De aanwezigheid van de advocaat bij het politieverhoor en nieuwe technologische ontwikkelingen bij het verkrijgen van bewijs zouden daarnaast van invloed kunnen zijn op de waarde die het verdachtenverhoor heeft voor het opsporingsonderzoek en in het verlengde daarvan het strafproces. Daarom is een veldstudie uitgevoerd waarin daadwerkelijk uitgevoerde verdachtenverhoren in zware zaken zijn bestudeerd. Het onderzoek heeft als doel inzichtelijk te maken welke verhoorstijlen en -technieken succesvol zijn bij de pogingen om een verdachte een verklaring te laten afleggen of te laten bekennen. Ook wordt nagegaan in hoeverre de aanwezigheid van een advocaat van invloed is op de verhoorstijlen en -technieken en de reacties van de verdachte.

Op basis van een literatuurstudie, 54 letterlijk uitgewerkte verdachtenverhoren en veertien geïnterviewde rechercheurs is een analyse gemaakt van de wijze waarop de verhooruitkomst voortkomt uit de interactie tussen opsporingsambtenaren en de verdachte. Dit heeft een gedetailleerd beeld opgeleverd van de manier waarop verdachtenverhoren worden uitgevoerd, van de manier waarop verdachten daarop reageren en van de consequenties die de aanwezigheid van de advocaat heeft op de interactie tussen opsporingsambtenaren en de verdachte.
Uit de resultaten volgt de implicatie dat de gereedschapskist van opsporingsambtenaren moet worden uitgebreid met alternatieve verhoorstijlen. Meer aandacht voor open en neutrale manieren van verhoren waarmee verdachten worden gemotiveerd om hun verhaal te vertellen lijkt een weg te zijn om het verdachtenverhoor toekomstbestendig te houden.

 

 

Politie & Sociale Teams

Gepubliceerd in in de categorie P&W verkenningen

Een praktijkonderzoek naar het contact tussen de politie en sociale teams (2017).

J. Kruip (RadarAdvies). P&W verkenningen 79

Samenvatting
Door decentralisaties zijn gemeenten sinds 2015 bestuurlijk en financieel verantwoordelijk geworden voor het overgrote deel van de maatschappelijke ondersteuning aan burgers. Om de decentralisaties handen en voeten te geven, hebben veel gemeenten er voor gekozen om sociale teams in te richten. In deze teams werken ‘sociaal werkers’ uit verschillende organisaties en disciplines samen. In dit rapport wordt verkend hoe deze sociale teams zich in deze beginfase in de praktijk verhouden tot de politie.
Er zijn semi-gestructureerde interviews (N=37) gehouden met medewerkers van vijf verschillende sociale wijkteams en wijkagenten. Daarnaast zijn er observaties uitgevoerd bij inhoudelijke bijeenkomsten en is er gebruik gemaakt van een klankbordgroep.

Het blijkt dat de frequentie van het contact tussen de sociaal werkers en de wijkagent een stuk hoger is bij kleine gemeenten dan middel- en grote gemeenten. De intensiteit van het contact hangt sterk samen met de rolopvatting van de wijkagent. Zo werken wijkagenten die, naast handhaving en het waarborgen van veiligheid ook een zorgtaak voor zichzelf zien weggelegd, vaak nauw samen met het sociaal team. Over het geheel genomen weten de politie en sociale teams elkaar vooral te vinden bij zwaardere casussen en casussen waarbij kinderen/jongeren zijn betrokken.

Op het gebied van handhaving en het borgen van veiligheid functioneert het contact goed. Als het vanuit een praktijksituatie nodig is dan weten sociale teams de politie te vinden. Tijdens het onderzoek kwamen er geen voorbeelden van incidenten of escalaties naar voren, die voorkomen hadden kunnen worden als er eerder of meer contact was geweest tussen het sociaal team en de politie.
Doordat wijkagenten goed zicht hebben op sociale problemen in de wijk wensen sociale teams eerder en meer zorg-gerelateerde informatie te ontvangen van wijkagenten. Dit zou ervoor zorgen dat sociale teams preventiever te werk kunnen gaan. Tegelijkertijd hebben sociale teams te maken met een grote caseload en zijn veel tijd kwijt zijn aan interne ontwikkelingen. Hierdoor komen ze nauwelijks aan preventieve werkzaamheden toe. Het is dan ook de vraag of een grote informatievoorziening vanuit de politie ervoor zorgt dat inwoners sneller geholpen worden.

De onderzoekers constateren dat de rol en de plek van sociale teams in het sociaal domein zich de komende jaren nog moet uitkristalliseren. Verwacht wordt dat de capaciteit en ontwikkelkracht om preventief te werken zal toenemen en daarmee waarschijnlijk ook het contact met de wijkagent. Dit zou mensen met beginnende problematiek mogelijk eerder een oplossing kunnen bieden en op die manier positief kunnen uitwerken op de veiligheidsbeleving en leefbaarheid in de wijk.