Bestuurlijke bevoegdheden, politie en de lokale aanpak van onveiligheid

Bestuurlijke bevoegdheden, politie en de lokale aanpak van onveiligheid
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Samenvatting
Nieuwe bevoegdheden van burgemeesters voor de aanpak van lokale overlast en criminaliteit brengen gemeenten in een meer straffende rol. Dit blijkt uit onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen. Het straffen van criminelen staat bij de toepassing van bestuurlijke bevoegdheden steeds meer centraal. Veel politiemensen, die bij de inzet van de bevoegdheden een belangrijke rol spelen, verwachten van de bestuurlijke aanpak dat criminelen zo harder kunnen worden aangepakt. In hun ogen compenseert dit het falen van het strafrecht. Zij leggen de verantwoordelijkheid voor de bestuurlijke aanpak nu volledig bij gemeenten en positioneren zich daarmee op afstand van gemeenten. Hierdoor schiet volgens gemeenten de informatie van de politie vaak tekort. Aandacht zou moeten worden besteed aan het verkleinen van de afstand en bevordering van de samenwerking. 

Nederlandse gemeenten hebben de laatste 25 jaar steeds meer bevoegdheden gekregen voor de bestrijding van lokale overlast en (dreigende) criminaliteit. Voorbeelden hiervan zijn de toepassing van gebiedsverboden, woningsluitingen en Bibob-onderzoeken. In dit onderzoek is nagegaan hoe deze bevoegdheden in de praktijk worden toegepast. Welke rol speelt de politie daarbij en welke gevolgen heeft de toepassing van deze bevoegdheden voor het lokale politiewerk? Dit is gedaan door bij vijftien gemeenten interviews af te nemen met betrokken gemeentemedewerkers en politiemensen. Daarbij zijn ook tien gevallen waarin burgemeestersbevoegdheden zijn toegepast, bestudeerd. 

Dit onderzoek laat zien dat de bestuurlijke aanpak van overlast en criminaliteit niet alleen wordt gebruikt voor herstel van de openbare orde, maar dat ook bestraffing en bevordering van strafrechtelijke vervolging wordt nagestreefd. Dit roept de vraag op of deze bevoegdheden wel worden gebruikt op een wijze zoals oorspronkelijk bedoeld. 

De politie speelt bij de toepassing van burgemeestersbevoegdheden een cruciale rol. Deze studie laat zien dat zij vaak het initiatief neemt problemen van overlast en criminaliteit aan te pakken met behulp van bestuurlijke bevoegdheden. De politie voorziet de gemeente daartoe van informatie. Volgens veel politiemensen kost deze aanpak, in vergelijking met strafrechtelijke procedures, weinig werk en kunnen criminelen toch worden aangepakt. De bestuurlijke aanpak levert in de ogen van veel politiemensen snelle en zichtbare interventies op die kunnen dienen als alternatief voor het ervaren falen van het strafrecht. Toch richt een deel van de politiemensen zich vooral op een strafrechtelijke aanpak. Zij zien voor zichzelf een beperkte rol weggelegd bij de bestuurlijke aanpak. Gemeenten zijn echter bij de toepassing van de bevoegdheden in grote mate afhankelijk van de informatie die zij van de politie krijgen. Deze schiet volgens gemeentemedewerkers regelmatig tekort. Een deel van de gemeenten probeert daarom de eigen rol en positie bij de aanpak van lokale veiligheidsproblemen uit te breiden. Dit versterkt het ook eerder gesignaleerde beeld van een straffende burgemeester.   

 

Burgemeesters in cyberspace

Burgemeesters in cyberspace
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Handhaving van de openbare orde door bestuurlijke maatregelen in een digitale wereld (2018). W. Bantema, S.M.A. Twickler, S.A.J. Munneke, M. Duchateau en W.Ph. Stol (NHL Stenden Hogeschool / Rijksuniversiteit Groningen). Politiewetenschap 103

Profielen van Nederlandse outlawbikers en Nederlandse outlawbikerclubs

Profielen van Nederlandse outlawbikers en Nederlandse outlawbikerclubs
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

Samenvatting
Berichten over outlaw motorclubs hebben de afgelopen jaren regelmatig het nieuws gehaald. Spraakmakende incidenten en aanwijzingen voor betrokkenheid van outlaw motorclub leden bij georganiseerde criminaliteit leidden in 2012 tot het overheidsinitiatief ‘integrale aanpak biker criminaliteit’. Deze aanpak is bedoeld om criminaliteit en overlast van outlaw motorclubs terug te dringen door onder andere de bewegingsruimte van dergelijke clubs te beperken en het lidmaatschap onaantrekkelijk te maken. Ook zijn stappen gezet om via een civielrechtelijke procedure bepaalde outlaw motorclubs te laten verbieden. De clubs zelf verwijten ondertussen media en politie een heksenjacht tegen hen te voeren en ontkennen elke betrokkenheid bij georganiseerde criminaliteit.

Op basis van officiële veroordelingsgegevens brengt dit rapport de criminele carrières in kaart van 1617 Nederlandse outlaw motorclub leden en 473 support club leden. De resultaten laten zien dat acht op de tien leden van zowel Nederlandse outlaw motorclubs als supportclubs een strafblad heeft. Ook op latere leeftijd komen veel leden nog met justitie in aanraking. De criminele carrières van outlaw motorclub en supportclub leden verschillen echter sterk onderling, zowel wat betreft het aantal als de aard van de delicten waarvoor leden zijn veroordeeld. Verder bestaan er belangrijke verschillen tussen de Nederlandse outlaw motorclubs zelf. Wanneer het percentage veroordeelde leden en leiders per club in ogenschouw wordt genomen, tekent zich een tweedeling af tussen zogeheten ‘radicale’ en ‘conservatieve’ clubs. Radicale clubs zijn clubs waarvan een relatief groot percentage van de leden en het kader veroordeeld is voor georganiseerde vormen van criminaliteit. In conservatieve clubs zijn de leden niet of nauwelijks voor dergelijke delicten met justitie in aanraking gekomen.

De bevindingen nuanceren het beeld dat alle outlaw motorclubs criminele organisaties zouden zijn. Wel wordt aangetoond dat, voor een deel van de Nederlandse clubs, betrokkenheid bij georganiseerde criminaliteit een meer dan incidenteel karakter heeft.

Doorgroeiers in de misdaad

Doorgroeiers in de misdaad
Gepubliceerd in in de categorie Politiewetenschap

De criminele carrières en achtergrondkenmerken van jonge daders van een zwaar delict (2017). M.V. van Koppen, V.R. van der Geest en E.R. Kleemans (Vrije Universiteit, Amsterdam). Politiewetenschap 100